Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

relnicht - (provocerende homosexueel)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

relnicht: homoseksueel die zich aanstellerig, uitdagend en vaak hysterisch gedraagt.

Mijn vrienden zijn ook niet oppervlakkig zoals relnichten. (Haagse Post, 06/12/1986)
… een stelletje maffe relnichten met kleuren en linten. (Boudewijn Büch, Brieven aan Mick Jagger, 1988)
Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

relnicht, homoseksueel die op een opzichtige en luidruchtige wijze voor z’n mening uitkomt en confrontaties niet uit de weg gaat. Slang.

Ze vindt je nu een relnicht. (Megchel J. Doewina: Huize Avondroze, 1988)
Wat op mij valt zijn die enge gilnichten. Relnichten. En daar hou ik niet van. Met van die stemmetjes ‘oh kind, wat enig’. Echte huppelkutjes. (David Heytze en Siska Oosterling: Ken ik jou niet ergens van!, 1994)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut