Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

relikwie - (als heilig beschouwd overblijfsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

relikwie zn. ‘als heilig beschouwd overblijfsel’
Mnl. eerst alleen het mv. reliquien ‘heilige overblijfselen’ in gurdele ... wilen ... dat dochte hen, dad grote reliquien waren ‘gordels, sluiers, dat leken hun belangrijke relikwieën te zijn (van de H. Lutgard)’ [1265-70; VMNW], reliquie ‘reliekhouder’ in een cleene zelverin viercante reliquie [1384; Stall. III]; vnnl. reliquie ‘als heilig beschouwd overblijfsel’ in de principale relequien zijn het hooft van St. Denis ... een spijcker van het cruijs onses heeren [1649; WNT], ook wel ‘niet-stoffelijk overblijfsel’ in wisconstighe reliquien ‘oude wiskundige theorieën’ [1660; WNT]; nnl. reliquie, relikwie ook ‘aandenken, dierbaar overblijfsel’ in reliquieën van den vorigen eigenaar ... een vrouwenportretje ..., een lok schoon, blond haar [1866; WNT].
Ontleend aan christelijk Laatlatijn reliquiae (meervoud) ‘overblijfselen van een martelaar’, eerder al klassiek Latijn ‘overblijfselen, resten, stoffelijke resten’, afgeleid van het bn. reliquus ‘overblijvend, resterend’, een afleiding van relinquere ‘achterlaten, loslaten, verlaten’, zie → relict.
In het Vroegnieuwnederlands is hetzelfde Laatlatijnse woord nogmaals ontleend, via Frans relique, eerst in de vorm relique ‘heilig overblijfsel’ [1516; WNT], later reliek ‘heilig of vereerd overblijfsel’ [1804; WNT].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

relikwie [overblijfsel van heilige] {reliqu(i)e 1265-1270} < latijn reliquiae (mv. van reliquia) [overblijfselen, stoffelijk overschot, ook kliekje, uitwerpselen], van reliquus (verl. deelw. relictus) [overgebleven], van relinquere [achterlaten], van re- [terug] + linquere [laten].

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

relikwie, reliquie v., uit Lat. reliquiæ, vr. meerv. subst., afgel. van reliquus = overgelaten, van ’t v.d. van relinquere = overgelaten: z. raduis en leenen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

rillekwie (zn.) relikwie; Vreugmiddelnederlands reliquie <1265-1270> < Latien reliquiae.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

relikwie: oorblyfsel v. Christus of v. die een of ander heilige, loop in gebr. soms deureen m. reliek (q.v.); Ndl. reliquie/relikwie (Mnl. reliquie/riliquie), Hd. reliquie, Eng. relic, via Fr. relique uit Ll. reliquiae (plurale tantum).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

relikwie (Latijn reliquiae, mv.)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

relikwie ‘overblijfsel van heilige’ -> Indonesisch rélikwi, rélikui ‘overblijfsel van heilige’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

relikwie overblijfsel van heilige 1265-1270 [CG Lut.K] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut