Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

regenen - (water als neerslag)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

regenen ww. mnl. mnd. rēgenen. Daaraan beantwoorden ohd. reganōn (nhd. regnen), on. regna en oe. rignan, rinan, on. rigna, got. rignjan. — Afl. van regen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

regenen ww., mnl. mnd. rēgenen. Of = ohd. rëganôn (nhd. regnen) on. rëgna òf =. ags. rignan, rînan (: eng. to rain van ’t znw. rain), on. rigna, got. rignjan “regenen”.

[Aanvullingen en Verbeteringen] regenen. Adde: ags. rëgnian, waaruit wsch. eng. to rain.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

regenen ww. Ook ags. rëgnian (= ohd. rëganôn). Hieruit dan eng. to rain. Vgl. v.Wijk Aanv.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

regeren, regelen, ww.: regenen. Door dissimilatie of n/r/l-wisseling uit regenen.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

reinen (ZO), ww.: regenen. Wvl., Mnl. reinen, Vnnl. reynen 'plouvoir' (Lambrecht). Door g-syncope, vgl. zeil >< D. Segel, peil < pegel, sein >< zegen.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2reën ww.
1. In druppels uit die lug val. 2. In groot hoeveelhede soos reën (1reën 1) val.
Uit Ndl. regenen (al Mnl. in bet. 1, 1625 in bet. 2).

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

regeren, regelen regenen (Zuid-Nederland). ‹ regenen door dissimilatie.
WNT XII 1377-1378.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

reën: – reent (wsk. uit onpers. ww.) – , s.nw. en ww., “waterdruppels uit d. lug”, en “val v. waterdruppels uit d. lug”; Ndl. ondersk. regen (Mnl. reghen/rein/reen) en regenen (Mnl. rēgenen), Hd. regen en regnen, Eng. rain, hou verb. m. Lat. rigāre, “bevogtig, bewater”.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1921. Als 't op den een regent, drupt het op een ander,

d.w.z. de een heeft voor- of nadeel van den voorspoed of den tegenspoed van den ander. In de 17de eeuw komt deze zegswijze voor bij Coster, bl. 37 vs. 835: Soo 't lijckwel op mijn regent, sel 't op Juffrou druypen (als ik straf krijg, zal de juffrouw het ook niet ontloopen). Vgl. Tuinman I, nal. 22: Als het in de kajuit regent, dan drupt het in de hut, dus zegt men ook: Als 't daar regent, zal 't hier druppelen; Harreb. III, 21; V. Dale5: 't Druipt op de kleinen als 't op de grooten regent; Schrijnen, Volkskunde II, 118: Regent 't op den pastoor, dan drupt't op den koster; ook regent 't op den baas, dan drupt 't op den knecht; in de Handelingen der Ndl. Juristen-Vereeniging, 1922, I, bl. 28: Wanneer het op den dominé druppelt dan regent het op den koster, als 't rijk voorgaat, wat kun je dan verwachten van de gemeentebesturen. (Aanv.) Vgl. Winschooten, 90: Als het in de Kajuit reegend, soo drupt het in de Hut, als meede een streek uit de Pan krijgen; fr. quand il pleut sur le curé, il goutte sur le marguiller (Waalsch).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal