Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

regelneef - (iemand met een overdreven organisatiedrift)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

regelen ww. ‘in orde maken, verzorgen’
Mnl. regelen, regulen alleen wederkerig in de betekenis ‘zich gedragen volgens, schikken naar (regels)’ in dese kueren van den coren ... om een yegelic coopman hem dair na te regulen ‘deze voorschriften over het graan ... opdat iedere koopman zich daarnaar zal richten’ [1471; MNW]; vnnl. regelen ‘schikken, inrichten, ordenen’ in zijn leven beter te regelen [1628; WNT]; nnl. regelen ‘organiseren’ in hoe zy ... een pragtig festyn regelen moeten [1765; WNT], ‘in banen leiden’ in 't verkeer regelen [1929; WNT], ‘een oplossing vinden voor’ in altijd wel op de een of andere manier te regelen [1936; WNT].
Afleiding van → regel, aanvankelijk ook van de variant mnl. regul. Mogelijk is er invloed geweest van Frans régler ‘regelen, leiden, sturen’ [1269-78; TLF], afleiding van règle ‘regel’ [ca. 1200; TLF], dat evenals Nederlands regel is ontleend aan Latijn rēgula.
regelneef zn. (NN) ‘bediller, bemoeial’. Nnl. een vreselijke regelneef [1980; De Coster 1999], het zijn regelneven die hebben bedacht dat artiesten ... BTW moeten gaan betalen [1982; Reinsma 1984], Ruud Lubbers ... wat hij nog meer is behalve een goede en geslepen regelneef [1994; De Coster 1999]. Bedacht door Kees van Kooten en Wim de Bie en gebruikt in 1977 in een sketch rond neven, in hun VPRO-programmaserie Het Simplisties Verbond; gevormd uit regelen en → neef ‘mannelijk familielid’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

regelneef [iem. met een overdreven organisatiedrift] {na 1950} het woord is in 1977 bedacht door Van Kooten en De Bie.

Thematische woordenboeken

E. Sanders (2000), Jemig de pemig!: de invloed van Van Kooten en De Bie op het Nederlands, Amsterdam

Regelneef

De oorspronkelijke regelneef is slechts één keer op de televisie verschenen. Dat was op 28 april 1977, tijdens de Tweede Lange Avond van het Simplisties Verbond. Wie hem toen heeft gemist en nu op band terugziet, schrikt even, want hij wordt voorgesteld als de regelneef, hij heet Loet van Kooten, maar het is overduidelijk... Cor van der Laak. Zelfde haar, zelfde kleren, en voor een deel ook dezelfde taal. Hij zegt weliswaar nog niet en wel hierom en van die dingen dus, maar wel: ze kennen me wel hoor, ze kennen me wel — woorden die ook Cor in de mond bestorven lagen.

Cor, nee, Loet van Kooten stelt zich voor als iemand die sinds anderhalf jaar ‘gedwongen werkloos’ is. In al die tijd heeft hij zich geen seconde verveeld, want hij heeft zich tot taak gesteld om van alles en nog wat te controleren en te regelen. Als voorbeeld toont hij een doosje paperclips. Op de verpakking staat dat er ‘circa honderd’ in zitten, maar wie heeft ooit tijd om dat na te tellen? Híj, de regelneef. En wat blijkt: er zitten er slechts 91 in! Dit komt de fabriek op ‘een brief-op-poten’ te staan. In allerlei korte sketches zien we de regelneef vervolgens in de weer: met krijt omcirkelt hij drollen van een hond van de buren, hij regelt het verkeer, hij controleert of de brievenbus wel op tijd wordt gelicht, met twee koekenpannen zwaait hij vliegtuigen binnen, met een stok geeft hij op het strand aan tot hoever de golven mogen komen en op het laatst laat hij de zon zakken. En tussendoor roept hij telkens: ze kennen me wel hoor, ze kennen me wel.

Van de zes neven die Van Kooten en De Bie die avond uitbeeldden, zijn er vier in vergetelheid geraakt, namelijk de bouwneef, de buurtneef, de speelneef en de wortelneef. Geilneef en regelneef werden vrijwel meteen in de algemene spreektaal opgenomen. Geilneef als soortnaam voor ‘iemand die geobsedeerd is door seks’, regelneef als ‘spotnaam voor een persoon die alles tot in de puntjes wil regelen, tot het uiterste wil organiseren’. De regelneef is duidelijk de beroemdste van de twee: hij staat in alle belangrijke Nederlandse woordenboeken en in het Groene Boekje. Hij is zó van zijn bedenkers losgezongen, dat bijna niemand meer weet dat dit woord door Van Kooten en De Bie is bedacht.

De regelneef baarde onmiddellijk nakomelingen. In de zogeheten Grote Koenen verschenen in 1986 de regelmie, de regeltrut, de regeltruus en de regelnicht. Elders zijn nog regeltante en regelpoes aangetroffen. Van deze reeks komt regelnicht nog wel in de doorzochte krantenbestanden voor, de overige niet.

De regelneef blijkt heel vaak gezelschap te krijgen van een bijvoeglijk naamwoord. Aangetroffen zijn onder meer ‘echte regelneef’, ‘geboren regelneef’, ‘grote regelneef’, ‘klassieke ambitieuze regelneef’, ‘nerveuze regelneef’ en ‘regelneef eerste klas’ (over Felix Rottenberg). De Nederlandse vlootvoogd en politicus C.H. Verhuell (1764-1845) is in de nrc ooit postuum uitgemaakt voor een ‘ongelofelijke regelneef’; Elsevier noemde Ad Melkert in 1995 ‘de rode regelneef van paars’. Daarnaast blijken er nogal wat super-regelneven rond te lopen.

Regelneef wordt tot in de hoogste kringen gebruikt. Zo zei staatssecretaris Aad Nuis in 1997 bij de uitreiking van een prijs aan het voormalig PvdA-Kamerlid Frits Niessen: ‘Je was een regelneef, maar een bevlogen regelneef.’ Vrijwel altijd wordt met regelneef een man aangeduid — het achtervoegsel nodigt daartoe uit — maar soms wordt het ook op vrouwen toegepast. Zo schreef Trouw in 1992: ‘Willeke verloor allengs haar enthousiasme. Ze verfoeide meer en meer haar werk als regelneef. Anderhalf jaar geleden hield ze het voor gezien.’

Rest de vraag: was de regelneef op een bepaald persoon geïnspireerd? Volgens Kees van Kooten is dat niet zo, maar in zijn hyperautobiografische literaire werk duikt een neef op die toch wel erg aan Loet van Kooten doet denken. Die neef verscheen in 1984 in Modermismen in het bekende verhaal ‘Unsere Traumküche’:

Ik heb een neef met een baard, die mij al mijn hele leven tegen alles tracht te verzekeren; die, volkomen ongevraagd, partijen decoratief eikehout en voordelige bielsen laat bezorgen en die mij ook al aan een originele lantarenpaal voor in de tuin heeft gepraat. Die neef wist dus wel een adresje waar ze mooie keukens hadden.

Met die keuken liep het slecht af, maar voor het woord regelneef zijn de vooruitzichten zeer rooskleurig. Dat het volledig is ingeburgerd, blijkt ook uit afleidingen en verkleinvormen als regelneverij, regelneverigheid en regelneefje. Het is, kortom, zo algemeen dat de kans erg groot is dat het zijn makers ruimschoots zal overleven.

Zie ook Cor van der Laak en geilneef.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

regelneef iem. met een overdreven organisatiedrift 1977 [Van Gelder 1993]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

regelneef, iemand die zich met alles en nog wat bemoeit; bedilal. Creatie van Van Kooten en De Bie. Informeel; sinds het begin van de jaren tachtig. Er bestaan meerdere varianten. De popgroep Normaal noemt haar manager een regelmanus. → geilneef*.

Ik ben, om met Koot te spreken, een vreselijke regelneef. (Jos Brink: Zitten op de grond, 1980)
En, tenslotte, dood: Robert ‘Bumps’ Blackwell, regelneef par excellence, arrangeur, producer en grote man achter de schermen van o.a. Little Richard, Sam Cooke en Ray Charles. (Oor, 06/04/85)
Bart de Boer (gitarist en praktische regelneef). (Vinyl, februari 1986)
Wij vinden het leuk dat woorden die wij hebben gebruikt los van ons komen te staan. ‘Regelneef’ bijvoorbeeld is een Van Dalewoord geworden: dat vinden we nou eens leuk. Dat komt uit een programma rond neven van ons. (Wim De Bie in Humo, 04/02/88)
Omdat nu, na die twaalfeneenhalf jaar premierschap en na éénentwintig jaar werkzaam te zijn geweest in de Nederlandse politiek, nog steeds geen mens weet waar Ruud Lubbers precies voor staat, wat hem beweegt, wat zijn principes zijn, of hij principes heeft en wat hij nog meer is behalve een goede en geslepen regelneef en een geboren sluwe politicus die alles en iedereen weet te overleven. (Nieuwe Revu, 20/04/94)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut