Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

refrein - (terugkerende passage aan het eind van een couplet, keerzang)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

refrein zn. ‘terugkerende passage aan het eind van een couplet, keerzang’
Mnl. refrain ‘dichtsoort van vier of meer strofen, elk eindigend met een vaste slotregel’ [1448; Van Elslander 1953]; vnnl. refreyn, refereyn ‘id.’ in Nyeu liedekens refreynen ende baladen ‘nieuwe liedjes, refreinen en balladen’ [1510; iWNT], als men ... scrijft, dicht oft maect eenich refereijn [1510; WNT]; nnl. referein, refrein ‘telkens terugkerende slotregel van een couplet’ in een ... referein, dat ons treft zoo dikwijls het wederkeert [ca. 1820; iWNT], het herhalen van het refrein [1839; iWNT].
Ontleend aan Frans refrain ‘een of meerdere woorden die herhaald worden aan het eind van een couplet van een lied of rondeel’ [1260; Rey], eerder al refrait ‘herhaalde woorden’ [ca. 1165; Rey], nog eerder ‘melodie’ [eind 11e eeuw; Rey], verl.deelw. van Oudfrans refraindre ‘breken, verzachten, moduleren’ [ca. 1138; Rey], ontwikkeld uit vulgair Latijn *refrangere, variant van klassiek Latijn refringere ‘breken, verbreken’, dat gevormd is met het versterkende voorvoegsel → re- bij frangere ‘breken’, zie → fractie.
De introductie van refreinen in de literatuur wordt algemeen toegeschreven aan de trouvères (minnezangers) die in de 12e en 13e eeuw aan de Noord-Franse hoven hun poëtische liederen ten gehore brachten. Een refrein kwam steeds terug en ‘onderbrak’ zo de, vaak lange, liedtekst. In de rederijkerspoëzie van de 15e tot en met de 17e eeuw werd het woord refrein, bij voorkeur in de vorm referein, met een extra toonloze -e- voor de beklemtoonde lettergreep, gebruikt voor een strofisch gedicht waarvan iedere strofe of stok dezelfde slotregel had. Een referein, dat opgezegd werd, werd duidelijk onderscheiden van een ballade of lied, dat gezongen werd. In het Nederlands heeft het woord dus drie eeuwen lang een geheel eigen betekenis gehad.
Lit.: A. Van Elslander (1953), Het refrein in de Nederlanden tot 1600, Gent

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

refrein [gelijke woorden aan eind van ieder couplet] {refreyn 1448} < frans refrain [idem], aanvankelijk in oudfrans refrait, eig. het verl. deelw. van refraindre [breken, verzachten, moduleren] < middeleeuws latijn refrangere < latijn refringere (vgl. refractie); de n van refrain is ontstaan o.i.v. refraindre of van oudprovençaals refranh [refrein].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

refrein znw. o., Kiliaen: refereyn, refreyn ‘proverbium, deverbium, adagium: et versus, rhythmus, poema rhytmicum: homoeoteleuton’ < fra. refrain eig. ‘terugkaatsen van de golven door klippen’ van refraindre ‘breken; gezang moduleren’ < vulg. lat. *refrangere voor lat. refringere ‘verbreken’. — Omstreeks 1500 ontleend en door de rederijkers gebruikt voor refreinregel of stok; zij vatten het woord op, als een refereren na elk couplet en dachten daarbij aan lat. referre.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

refrein znw. o. Kil. refereyn, refreyn “proverbium, deverbium, adagium: et Versus, rhythmus, poema rhytmicum: homoeoteleuton”. Uit fr. refrain (van refraindre > lat. re-frangere) ontleend, wsch. ± 1500. De rederijkers brachten het woord in de bet. “refereinregel of stok, die na elk couplet wordt “gerefereerd”“, vandaar “gedicht in coupletten met zoo’n regel” met lat. referre in verband. Directe ontl. uit het Spa. in de bet. “spreekwoord” is niet wsch. Ook elders ontleend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

refrein s.nw.
Telkens herhalende woorde of versreëls aan die einde van opeenvolgende koeplette van 'n gedig of lied.
Uit Ndl. refrein (Mnl. refreyn).
Ndl. refrein uit Fr. refrain, oorspr. die verlede dw. van refraindre 'breek, versag' uit Latyn refringere 'terugbreek, verbreek', dus lett. 'woorde deur herhaling onderbreek'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

refrein: herh. v. versreëls; koor v. lied of vers; Ndl. (15e eeu) refrein (by Kil ref(e)reyn) uit Fr. refrain (hou verb. m. Fr. ww. refraindre, “breek”, uit Lat. refringere, “verbreek”, d.w.s. woorde v. lied of sang deur herh. onderbreek).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

refrein (Frans refrain)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

refrein ‘gelijke woorden aan eind van ieder couplet’ -> Indonesisch refréin ‘gelijke woorden aan eind van ieder couplet’; Papiaments refrein ‘gelijke woorden aan eind van ieder couplet’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

refrein gelijke woorden aan eind van ieder couplet 1448 [Mak] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut