Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

reet - (smalle opening)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

reet* [nauwe opening] {rete 1281} behoort bij rijten, (reet gereten).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

reet 1 znw. v. ‘spleet’, laat-mnl. rēte m.? ‘spleet’, Teuth. rēte, reet, mnd. rēte m. ‘spleet, afgescheurd stuk’, behoort bij het ww. rijten.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

reet I (spleet), laat-mnl. rēte (m.?) “spleet”. = Teuth. rete, reete “id.”, mnd. rēte m. “id., afgescheurd stuk”. Staat tot rijten als spleet tot splijten. Ohd. riʒ m. “spleet, letter” (nhd. riss “spleet, scheur”) kan ook = got. writs m. “streep, punt” zijn. — In reet II “hennepbraak”, Kil. reete ziet men een ablautenden vorm *χraitô(n)-.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

reet 1 n. (scheur), Mnl. rete + Hgd. risz: van denz. stam als ’t meerv. imp. van rijten.

reet 2 v. (vlasreet), van denz. stam als ’t enk. imp. van rijten.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

reets (zn.) 1. spleet, kier 2. achterwerk; Vreugmiddelnederlands rete <1281>.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

reet: flenter, lappie, strokie; Ndl. reet (Lmnl. rēte, “spleet”) hou verb. m. Ndl. rijten (Mnl. rīten, “skeur”), m. Hd. reissen, skeur”, en m. Eng. write, “skrywe” (outyds “skeurtjies in boombas sny”).

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

reet. In het hedendaags Nederlands komt zeer frequent de verwensing kus/lik mijn reet! voor. Zij wordt geuit in geval van woede, frustratie enz., en ook om duidelijk te maken dat het object van de verwensing de spreker volstrekt onverschillig laat, en kan weergegeven worden met ‘bekijk het maar’. Ook (aan) mijn reet! komt voor, met de betekenis ‘verrek’. Voor de elliptische antwoordverwensing (val) met je vork in je reet! zie men onder het trefwoord helft. → aars, gat, hersenspoelen, hol, kont, naad, naars, poeper, steken, toges, vessie.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Reet (in een deur), van rijten = scheuren.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

mieters [vervloekt, later ook: fijn, uitstekend] (1898). De vierde druk van het woordenboek van Van Dale verschijnt in 1898, onder redactie van H. Kuiper, A. Opprel en P. J. van Malssen. Zij zijn de eersten die in een woordenboek woorden opnemen als balkenbrij, behoefte (‘ontlasting’), besmuikt, bomvol, forens, fröbelen, mieters, plee, de bastaardvloek potver en reet (‘billen’).

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

reet* nauwe opening 1281 [CG I1, 572]

reet* billen 1898 [WNT]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

roesten: het zal me aan m’n reet, kont —, het kan me niet schelen, mij een zorg! Informeel; sinds eind jaren zeventig.

Wat z’n klanten ervan vonden zou ’m aan z’n kont roesten. (J.A. Deelder: Schöne Welt, 1982)
De Amerikaanse Frankie Miller levert volgens mij al de zesde kopie af van zijn succesnummer ‘Against the wind’. Nu heet het ‘Understanding’ en is het de titeltrack van de film Teachers. ’t Zal me aan me reet roesten. (Oor, 26/01/85)
Het is pauze, de jonge kraker die zelfbewust en niet gespeend van een zeer bepaald soort aktivistische poëtica veelvuldig het woord heeft gevoerd (‘het zal me m’n reet roesten’... ‘die ongein komt niet uit onze koker’) luistert minzaam naar een ongeveer vijftien jaar oudere sympatisante. (De Groene Amsterdammer, 26/08/87)
’t Zal m’n rug roesten hoe deze diaken heet. (Maarten ’t Hart: De Unster, 1989))
Zoals die Michaël Zeeman van de Volkskrant, dat is iemand die mij zo weinig tot geheel niets te zeggen heeft, dat het aan m’n reet roest wat hij van het boek vindt. (Nieuwe Revu, 20/03/96)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut