Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

reek - (goede toestand, orde)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

reek2* [goede toestand, orde] {te reke bringen [in een goede toestand brengen, herstellen] 1401-1450} oudsaksisch rĕkon, oudhoogduits rekken, gotisch rikan [op hopen zetten] (vgl. raken1).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

reek 1, zn.: goede toestand, goede staat (bv. van een akker), vruchtbaarheid; (in Breda) wat voor het bebouwen van land betaald wordt. Uit reke, verbogen vorm van Mnl. rec, ook gerec ‘goede staat, goede orde’, bv. in te reke houden ‘goed onderhouden’. Vnnl. reke ‘orde’, reken ‘herstellen’, ghereck, ghereke ‘onderhoud (van akkers, bomen)’ (Kiliaan). Mnl. perfectief ww. gereken ‘in orde, in goede toestand brengen’ bij Mnl. reken ‘in goede staat brengen’. Os. rekon, Mnd. reken. Verwant met reke ‘rij’, rekenen, rekken.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal