Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rede - (ankerplaats)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rede2* [ankerplaats] {1318} vermoedelijk van (voor anker) rijden.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

rede

Er zijn twee woorden rede die vroeger in spelling verschilden. Het ene woord rede werd vroeger geschreven: reede en betekent: ligplaats voor schepen. Sommigen brengen dit reede in verband met gereed omdat op de reede de schepen zeilree werden gemaakt. Anderen leggen verband met het werkwoord rijden omdat de schepen op de reede aan het anker en niet aan de wal liggen en op de golven rijden. Het Engels kent: to ride at anchor (zie reilt).

Het tweede woord rede staat gelijk met, maar is niet afgeleid van Latijn ratio, dat hoort bij het werkwoord reri: berekenen. Onder rede verstaat men: denkvermogen, verstand, bewustzijn, rekenschap, redelijkheid en ook: spraak als uiting van de menselijke geest. Men valt iemand in de rede en houdt een redevoering.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

rede 2, ree znw. v., ‘ligplaats voor schepen’, mnl. rēde v., mnd. rēde (> nhd. rhede, reede), reide, ne. road (uit oe. *rād zijn ontleend fra. rade, ital. rada). — Het woord bet. oorspr. ‘plaats waar de schepen zeilklaar gemaakt worden’ en behoort dus tot de groep van gereed.

De verklaring die het woord met rijden verbindt wordt niet voldoende gesteund door de eng. uitdrukking to ride at anchor.

ree 2 znw. v., de sedert ± 1600 samengetrokken vorm van rede 2.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ree II, reede (ligplaats voor schepen), mnl. rȇde v. “reede”. = mnd. rȇde (nhd. rhede), reide v., eng. road “reede”. Uit ’t oudere Eng. fr. rade, it. rada “id.”. Bij bereiden: “plaats waar de schepen gereed worden gemaakt”. Of = “plaats waar de schepen voor anker rijden”? Een afwijkende hypothese, dat ohd. Hreid-, on. Hreið- in eigennamen en allerlei andere eigennamen uit verschillende talen benevens obg. krajĭ “rand” verwant zouden zijn, is onwsch.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Reede (natuurlijke haven), van den Germ. wt. raid = klaar of gereed maken (vgl. bereiden); dus oorspr.: de plaats, waar men schepen gereed maakt, uitrust; vgl. reeder = scheepsuitruster. Later: de ligplaats der schepen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

rede ‘ankerplaats’ -> Schots † raid; radde, reid ‘ankerplaats’;? Duits Rede ‘ankerplaats’; Deens red ‘ankerplaats’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors red ‘ankerplaats’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds redd ‘ankerplaats’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins † redi, reti, reeti ‘ankerplaats’ ; Ests reid ‘ankerplaats’ ; Macedonisch reid ‘ankerplaats’; Russisch réjd ‘ankerplaats’; Bulgaars rejd ‘ankerplaats’ ; Oekraïens réjd ‘ankerplaats’ ; Wit-Russisch rejd ‘ankerplaats’ ; Azeri reyd ‘ankerplaats’ ; Lets reids ‘ankerplaats’ ; Litouws reidas ‘ankerplaats’ ; Indonesisch réde ‘ankerplaats’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

rede* ankerplaats 1318 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut