Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rector - (kloosteroverste; schooldirecteur)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

rector zn. ‘kloosteroverste; schooldirecteur’
Mnl. rectoor, rectore, rectoir ‘hoofd van een school voor hoger onderwijs’ in rectoir vander hogher scolen van Bruessele [1320; MNW], ‘kloosteroverste, kerkbeheerder’ in rectoer der capelle van Dieren [1402; MNW]; nnl. rector-magnificus in Rector Magnificus en zes Mede-Regenten; te zamen de Senaat uitmaakende [1786; Vad.lett., 84], rector ‘directeur van lyceum of gymnasium’ [1876; WNT].
Ontleend aan Latijn rector ‘bestuurder, leider’, een afleiding van regere ‘besturen, leiden’ (verl.deelw. rectus), zie → regeren.
conrector zn. (NN) ‘plaatsvervangend rector, onderdirecteur’. Vnnl. conrector ‘plaatsvervangend hoofd van een kerkelijke instelling’ in liever ... Conrector dan Rector [1602; WNT toeschrijven], ‘onderschoolhoofd’ in Rector, Conrector ... der Latynsche Schoole [1750; WNT]. Ontleend aan Neolatijn conrector ‘mederector, plaatsvervangend rector’, gevormd uit → com- ‘met, mede-’ en klassiek Latijn rector.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rector [voorzitter, directeur] {rectoor [hoofd van een klooster, hoofd van een onderwijsinrichting] 1320} < latijn rector [bestuurder, leider, bewindvoerder], van regere (verl. deelw. rectum) [richten, leiden, sturen, regeren, beheersen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

rector znw. m., mnl. rectoor m., een kerkelijke term en wel als hoofd van klooster of kerk (rector ecclesiae) of van een kerkelijke school (rector scholae), wordt dan in de 14de eeuw na de stichting van universiteiten rector magistrorum et scholarium. Van daar in de latere verwereldlijkte zin van rector van een hogeschool of gymnasium.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† rector znw. Van oorsprong een kerkelijke term. Mnl. rectoor m. = ‘hoofd van een klooster, beheerder van een kerkelijke stichting’ en ook al ‘(geestelijke die) hoofd van een inrichting van hoger onderwijs (is)’. Uit lat. rector.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

rektor s.nw.
1. Hoof van 'n Katolieke klooster. 2. Hoof van 'n tersiêre inrigting.
Uit Ndl. rector (Mnl. rectoor), oorspr. 'n kerklike term wat 'hoof van 'n klooster, beheerder van 'n geestelike inrigting' beteken het, waaruit '(geestelike wat) hoof van 'n inrigting van hoër onderwys (is)'.
Ndl. rector uit Latyn rector 'bestuurder, leier, bewindvoerder'.
D. Rektor, Eng. rector.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

rektor: iemand wat as hoof ’n bep. akademiese en/of geestelike pos aan ’n inrigting beklee; akademies-administratiewe hoof van ’n universiteit; Ndl. rector/rektor (Mnl. rectoor), soos Eng. rector (15e, 16e en 17e eeu in versk. bet.) hou verb. m. Lat. regere, “regeer”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

rector (Latijn rector)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

rector ‘hoofd van klooster of onderwijsinrichting’ -> Indonesisch réktor ‘president van universiteit en sommige academies; dekaan van universiteit’; Madoerees rektor ‘hoofd van universiteit’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

rector hoofd van een klooster of een onderwijsinrichting 1320 [MNW] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut