Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

record - (beste prestatie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

record zn. ‘beste prestatie’
Nnl. record ‘snelste tijd’ in het daarbij gebruikte woord record beduidt: de tijd welke voor het afleggen van een bepaalde baan nodig was [1885; Schager Courant], ‘beste sportprestatie’ in zijn rit kan als een record worden aangemerkt [1887; Groene Amsterdammer], ‘het hoogste, uiterste dat tot nu toe bereikt is’ [1933; WNT Aanv.].
Ontleend, al dan niet via Frans record ‘beste sportprestatie’ [1882; TLF], aan Engels record ‘id.’ [1883; OED], eerder al ‘geschreven verslag van een gebeurtenis’ [1611; OED], nog eerder ‘opgeschreven verklaring’ [ca. 1300; OED], dat zelf is ontleend aan Oud-Frans record ‘id.’, een afleiding van het werkwoord recorder ‘vastleggen’, ontleend aan Latijn recordārī ‘zich herinneren’, zie → recorder. De sportbetekenis is ontstaan in het Engels.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

record [beste prestatie] {1898} < frans record < engels record [idem], van oudfrans recorder [herhalen] < latijn recordari [zich herinneren], van re- [wederom, terug] + cor (2e nv. cordis) [hart].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

rekord: aantekening, boekstawing; sportprestasie; Ndl. record/rekord, Eng. record (in versk. bet. 15e en 17e eeu) uit Ofr. recorder, “aanteken”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

record (Frans record)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

record ‘beste prestatie’ -> Indonesisch rékor ‘beste prestatie’; Menadonees rekor ‘beste prestatie’; Papiaments rekòr ‘beste prestatie’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

atletiek [tak van sport] (1889). In 1889 wordt de Nederlandse Voetbal- en Atletiekbond opgericht. Eind achttiende eeuw ontstaat in Engeland en Duitsland een stroming die veel waarde hecht aan lichamelijke opvoeding en deze tot een onderdeel van de opvoeding wil maken. Dat lukt, want het wordt uiteindelijk overal een verplicht leervak op scholen. Uit deze beweging komen atletiek en turnen (Duitse leenwoorden) en gymnastiek (een Frans leenwoord) voort. In de tweede helft van de negentiende eeuw neemt het Nederlands vele Engelse sporttermen over (want Engeland is dé sportnatie). In 1889 zijn bijvoorbeeld nog genoteerd batsman, captain, inning, lawntennis, record, run, score, toss.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

record beste prestatie 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 14b] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut