Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

razen - (woeden, bulderen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

razen ww. ‘woeden, bulderen’
Mnl. rasen ‘dol zijn, gek zijn, raaskallen’ in of dat wif rasende wirt ‘als de vrouw een aanval van waanzin krijgt’ [1250; VMNW], so gaet hi rasen ‘dan gaat hij raaskallen’ [1287; VMNW]; vnnl. rasen, razen ook ‘tekeergaan, woeden’ in waerom rasen die Geusen? [1572; WNT], het raazendt onweer [1653; WNT]; nnl. razen ook ‘schreeuwend tekeergaan’ in begonnen zy ... te raazen en te tieren [1726; WNT], ‘een suizend geluid maken’ in het water ... begint te raazen (in de ketel) [1788; WNT], ‘met brommend geluid snel bewegen’ in in de auto ... en we raasden weg [1936; WNT].
Mnd. rasen ‘dol zijn’; nhd. rasen ‘dol zijn’ (nhd. rasen); oe. rǣsan ‘aanstormen’; on. rása ‘voorwaarts stormen’ (nzw. rasa); < pgm. *rēsōn-. Wrsch. afgeleid van pgm. *rēsa-, *rēsō- ‘snelle voortbeweging’, waaruit: mnd. rās ‘hevige stroming’; oe. rǣs ‘het aanstormen, aanval’; on. rás ‘loop, het rennen’ (zie → race). Daarnaast staat ablautend on. rasa ‘vallen, glijden’ (nzw. rasa ‘instorten; razen’) < *rasōn-.
Wrsch. verwant met: Grieks erōḗ ‘vaart, aandrang’; < pie. *(h1)reh1s- ‘zich storten’ (LIV 501).
razernij zn. ‘dolheid’. Mnl. rasernie ‘dolheid, krankzinnigheid’ in dese ghecheit mach wel rasernie ... heten ‘deze dwaasheid kan wel krankzinnigheid worden genoemd’ [ca. 1435-ca. 1500; MNW]; vnnl. dese rasernie ‘deze onzin, dwaasheid’ [1568; WNT], rasernije, oft frenesie ‘krankzinnigheid’ [1581; WNT]. Afleiding van razen met de variant -ernij van het achtervoegsel → -erij. Iets eerder in het mnl. bestond al de eerst veel frequenter gebruikte afleiding raserie [1434-36; MNW], die in het vnnl. nog voorkomt als raserie, raserije, raserij, maar aan het eind van de vnnl. periode uitsterft.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

razen* [woeden] {rasen 1250} middelnederduits, middelhoogduits rasen, oudengels ræsan [aanstormen] (engels to race), oudnoors rasa [idem] (vgl. ras3 [draaikolk]); buiten het germ. grieks erōè [vaart, worp, aanval], exerōeō [ik sla op hol].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

razen ww., mnl. râsen ‘razen, dol zijn’ (zaans rāzen, rēzen, brab. rōzen), mnd. rāsen ‘razen, dol zijn’, mhd. rāsen (zelden en < nnd.), oe. ræsan ‘aanstormen, zich storten’, on rāsa ‘vooruitstromen’. — Zie verder: ras 3.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

razen ww., mnl. râsen “razen, dol zijn, gek zijn” (nieuw-NBrab. rozen met o < â, niet ā, Zaansch rȇzen naast râzen). = mhd. (zeldzaam; wsch. uit ’t Ndd.) râsen “razen” (nhd. rasen), mnd. râsen “id., dol, gek zijn”, ags. ræ̑san “aanstormen, zich storten op”, on. râsa “vooruitstormen”. Hierbij ’t znw. mnd. râs o. “hevige strooming”, ags. ræ̑s m. “het aanstormen, aanval”, on. râs v. “loop”. Met ablaut on. ras o. “haast”, rasa “vallen, glijden”, misschien ook ras I. Wellicht verwant met gr. erōḗ “vaart, aandrang”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

razen ono.w., Mnl. rasen + Mhd. (Nhd.) id., Ags. ræ'san (Eng. race = stormloop), On. rása (= stormloopen) + Gr. erōḗ = aandrang.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

raoze (ww.) razen; Vreugmiddelnederlands rasen <1250>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2raas ww.
1. Lawaai maak, luidrugtig praat. 2. Bestraf, berispe.
Uit Ndl. razen (al Mnl. in bet. 1, 1650 in bet. 2). Ndl. woordeboeke gee nie spesifiek bet. 2 nie, slegs 'in een onbeheerschte woordenvloed aan zijn gevoelens (meestal van woede) lucht geven' (WNT). Die volgende aanhalings sou egter die bet. 'berispe' kon hê: 'Raesde lustich met A.' (1659); 'Hy raast altoos op de Broeders Voetiaanen' (1785) (WNT). Soos met die s.nw. raas (1raas) sou die bet. 'berispe' ook uit gewestelike Ndl. kon kom, of dit sou in Afr. self kon ontwikkel het uit bet. 1.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Razen staat in verband met het Eng. race = stormloop, wedloop, dus bet. het woord oorspr.: zich wild of woest gedragen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

razen ‘woeden’ -> Engels † rase ‘woeden’; Zweeds rasa ‘woeden’ (uit Nederlands of Nederduits); Zoeloe -ras- ‘woeden’ ; Negerhollands raas ‘woeden’; Berbice-Nederlands rasi ‘woeden’; Caribisch-Engels rass ‘uitroep van kwaadheid of verbazing’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

razen* woeden 1250 [CG II1 Gen.rec.]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1939. Een razende Roeland,

d.w.z. een woesteling, een dolkop, die wild en woest te werk gaat. Eene herinnering aan den Orlando furioso van Ariosto (anno 1515Eene Nederlandsche vertaling van J.J. Schipper verscheen in 1649.), waarin o.a. wordt medegedeeld, dat Roeland, de dapperste ridder van Karel den Groote, sedert de ontdekking van de ontrouw zijner geliefde, Angelica, als een woedende, razende vernieler overal verderf brengt, tot hij zijn verstand terugkrijgt. Vgl. P.K. 194: Zij werd achtmaal gezoend in tegenwoordigheid van haar vader, die aanging als een razende Roeland; hd. ein Roland, Roländer. In Zuid-Nederland onbekend.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut