Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ransuil - (uilensoort (Asio otus))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ransuil zn. ‘uilensoort (Asio otus)’
Mnl. ransuyl ‘nachtuil’ [1488; MNW]; vnnl. ein ransuyll ‘een ransuil?’ [1515; Murmellius], ranswle ‘ransuil?’ [1567; Nomenclator, 64b], rands-wl ‘kerkuil’ [1599; Kil.], rant-uijl ‘(vorm van de) kerkuil’ [ca. 1636; Jacht-Bedryff], rans-uyl ‘kerkuil’ [1648; Hexham EN Church-owle]; nnl. Rans-Uil ‘ransuil’ [1762; Houttuyn I, 4, 191].
Samenstelling van mnl. ranse ‘sluier’ [1366; MNW] en → uil. De vogel is genoemd naar de opvallende verenkrans om zijn ogen, die deed denken aan een sluier. De herkomst van mnl. ranse is onbekend.
De ransuil heette aanvankelijk ook ooruil, naar de oorpluimen. Vergelijk de officiële Friese naam hoarnûle, letterlijk ‘hoornuil’. Daarnaast in Limburgse dialecten kransuil ‘kerkuil’ (Achel, Weert, Ell, Swalmen, Boukoul) en ‘ransuil’ (Nederweert, Meeswijk).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ransuil* [ooruil] {ransule 1488} mogelijk van middelnederlands ranse, rantse [muts met een kap, die in plooien afhing].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ransuil znw. m., mnl. ransûle (1488), waaruit weer oudnhd. ranseul (1544). Mag men vergelijken mnl. ranse, rantse ‘muts met in plooien afhangende kap’ en dan herinneren aan de nhd. naam schleiereule? (K. Heeroma WNT 12, 2, 301).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ransuil znw., mnl. (1488) ransȗle v. Oudnhd. ranʃeul (reeds 1544) uit ’t Ndl. Oorsprong onbekend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ransuil m., + Hgd. ranzeule: met Mnl. ranse, Hgd. ranze = kap: oorspr. onbek.

Thematische woordenboeken

H. Blok en H.J. ter Stege (2008), De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 4e editie, Leidschendam

RANSUILAsio otus
Duits Waldohreule
Engels Long-eared Owl
Frans Hibou moyen-duc
Fries Hoarnûle
Betekenis wetenschappelijke naam: ooruil. De Ransuil, elders Raansoel (Gr), dankt deze naam vermoedelijk aan de veertjes van het gezicht die lijntjes vormen, waardoor het lijkt of de uil een ‘ranse’ of sluier draagt. Die indruk van een gezichtssluier is er ook bij enkele andere uilesoorten zoals bij de Kerkuil. Blijkens een andere zienswijze is ‘rans’ afgeleid van de Duitse woorden rantzen en ranzig, welke onstuimig springen resp. bronstig betekenen, waarmee de naam op de baltsvlucht van het mannetje betrekking zou hebben. Het is de uil met de langste ‘oorpluimen’, zoals deze worden genoemd (het zijn sierveren op de kop), waardoor hij namen kreeg als Groot-ooruil, Ooruil, Hoornuil, de hiermee vergelijkbare Friese naam en Horenuil. Bij alarm gaan de pluimen als horentjes overeind staan. Vanwege z’n katachtige kop en z’n geluid noemt men hem Grote Katuil (Ut), Katûl(e) (Fr), Katuul (ZVl), Kat-oele (Ach) en Katof. Het element ‘of’ is vergelijkbaar met het Angelsaksische úf en het Oudduitse ‘auff’ en ‘uvo’, klanknabootsingen, waaruit ook de vogelnaam Uhu, bij ons Oehoe, is gevormd. Ransuilen worden overdag, wanneer ze slecht zien, soms achterna gezeten door een groepje scheldende vogeltjes. Eens geloofde men echter dat de uil andere vogels tot gids diende of hun begeleider was (Latijn: dux). De hieruit ontstane Franse vogelnaam is in ons land Middelste Hertog geworden, een adellijke naam, die verder aanduidt dat de vogel in grootte het midden houdt tussen twee andere ooruilen, de Oehoe en de Dwergooruil (zie ook aldaar). Bosuul (Tex) doelt op de biotoop van de Ransuil. Het gaat hier niet om de Bosuil – Strix aluco. Schuifuil en Schuifuit zijn of verbasteringen van het Middelnederlandse scufuut = bedelaar, schavuit, of van scuvût of scovuut = nachtuil, woorden met dezelfde achtergrond. Bij de tweede veronderstelling gaat het om een vervorming van het Oudfranse choete, Frans chouette, een klanknabootsende naam. Vergelijkbaar in België zijn Chauhête, Souwete en Schavuit. Andere Belgische namen zijn Houlpai, Houperale en Poute. In het verleden schijnen Ransuilen wel eens gebruikt te zijn voor het vangen van valken of haviken. De uil was zo afgericht dat hij overdag (!) op het door de vanger gewenste moment de aandacht van een roofvogel op zich vestigde, waarna een op hem stotende vogel het net van de vanger over zich heen kreeg.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ransuil* uilachtige 1488 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut