Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ramen - (schatten)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ramen* [schatten] {1384 in de betekenis ‘mikken, aanleggen op, gissen’} middelnederduits, oudhoogduits ramen, vermoedelijk van raam; vgl. voor de betekenisontwikkeling mikken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ramen ww., mnl. râmen ‘streven naar, het oog richten op, mikken, taxeren, ontwerpen, vaststellen, bedenken’, mnd rāmen, ohd. rāmen ‘streven naar’, ofri. ramia, nfri. raemje, rame. Het nhd. anberaumen heeft dial. de klinker onder invloed van raum veranderd. — Daarnaast abl. os. rōmōn ‘streven naar’. — Verder afl. mnl. raem m. v. ‘het mikken, wat beraamd wordt, list’, mnd. rām m. ‘doel, streven, bepaling, besluit’, mhd. rām m., rāme v. ‘doel, streven’.

De verklaring is onzeker. 1. Bij de idg. wt. *rē, waarvan ook rede 1 en dan bijv. uit te gaan van een bet. ‘in de geest overleggen, berekenen’ (IEW 59 twijfelend). — 2. Bij raam en dan een bet. ontw. ‘steunen op’ > ‘streven’, waarvoor de vergelijking met lat. niti nauwelijks voldoende steun geeft (FW 533).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ramen ww., mnl. râmen “streven naar, het oog of den geest richten op, mikken, taxeeren, ontwerpen, vaststellen, bedenken”. = ohd. râmên “streven naar”, mnd. râmen met dgl. bett. als mnl. râmen. Met ablaut: 1. os. rômon “streven naar”, 2. misschien ofri. rammia, ramia “overleggen, beoogen, op touw zetten”, dat echter eer als een fri. ontwikkeling van *râmôn verklaard moet worden. De afl. van de basis rê- (vgl. rede) is wat de bet. aangaat te vaag en de ablaut râmên: rômon wijst eer op een basis op -m-: wsch. van de bij raam besproken basis: ook lat. nîti combineert de bett. “steunen” en “streven”. Het znw. mnl. raem m. (v.) “het mikken, wat beraamd wordt, list, vaststelling”, mhd. râm m., râme v. “doel, streven”, mnd. râm m. (râme) “id., bepaling, besluit” is deverbatief. De samenst. beramen nog niet bij Kil., wel laat-mhd. en mnd.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ramen o.w. (schatten), Mnl. id., Os. rômon + Ohd. râmên (Mhd. id., Nhd. anbe-raumen), Ags. rómjan (Eng. roam), Ofri. rámia + Lat. reri = oordeelen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2raam ww.
Omlys, 'n raam (1raam) om iets, veral 'n portret, sit.
Afleiding van raam (1raam). Die ww. ramen in bg. bet. kom blykbaar nie in Ndl. voor nie. Van Dale (1999) gee slegs 'voor het raam zitten' (van prostitute gesê), en WNT 'op een raam uitspannen' (term in die lakenindustrie), met lg. al Mnl.

3raam ww.
Deur skatting vasstel, beraam.
Uit Ndl. ramen (al Mnl.). Hou miskien verband met die s.nw. raam (sien 1raam), dus lett. 'steun op', waaruit 'streef na'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

raam II: ww., “bereken, skat”; Ndl. ramen (Mnl. rāmen, “bedink; mik op; takseer”); herk. onseker, maar blb. geen verb. m. raam I nie.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Ramen (de kosten ramen), afl. op m van een Voorgerm. wt. re = meenen, denken, gelooven, oordeelen. – Beramen is dus: bedenken.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ramen ‘schatten; (verouderd) mikken, treffen, bestemmen’ -> Deens ramme ‘raken, treffen’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans dialect † enramer ‘bezit nemen van; zich verbinden aan; zich laten beheersen door (een ondeugd, gebrek)’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ramen* schatten 1384 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut