Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

raket - (vuurpijl, projectiel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

raket 1 zn. ‘projectiel met eigen voortstuwing’
Nnl. raket ‘vuurpijl’ [1740; WNT], ‘vliegende bom’ [1899; Woordenschat], ‘projectiel met eigen voortstuwing’ in een technisch feit schijnt het wel te zijn: dat de raket-motor er is [1928; Groene Amsterdammer], ‘ruimtevaartuig’ in een ... raket waarmede men ... naar de maan kan vliegen [1933; Groene Amsterdammer].
Ontleend aan Duits Rakete ‘vuurpijl’, met als oudste attestatie als verkleinwoord Racketlein [1573; Kluge]. Dit is ontleend aan middeleeuws Latijn rocheta ‘id.’ uit Italiaans rocchetta ‘id.’, het verkleinwoord van rocca ‘spinrok’, waarnaar het op basis van de vormgelijkheid genoemd is. Italiaans rocca is waarschijnlijk ontleend aan Germaans *rukka- ‘spinrok’, zie → rokken.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

raket3 [vuurpijl, projectiel] {1740} < hoogduits Rakete [idem] < italiaans racchetta [idem], verkleiningsvorm van rocca [spinrokken], uit het germ., vgl. het tweede lid van nederlands spinrokken; de benaming van de vuurpijl berust op vormovereenkomst.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

raket 3 znw. v. ‘vuurpijl’, sedert de 18de eeuw < nhd. rakete. — De vuurpijl was reeds vroeg in China bekend en komt sedert 1250 naar Europa. Men noemde die in Italië rocchetta wegens de overeenstemming in vorm met het spinrokken rocca, dat zelf uit het langobard. overgenomen was, waarvoor zie: rok 2.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

raket II (vuurpijl), nog niet bij Kil. Uit fr. roquette “id.” (voor de a vgl. raket I), dat ook elders ontleend is en van ’t germ. woord rokken wordt afgeleid. Hieruit — maar ook wel anders — verklaart men ook fr. raquette “kaatsnet”, dat in ’t Ndl. (raket III znw. o., sedert 1551; via ’t Eng. laat-nnl. racket o.) en elders ontleend is.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

raket 2 v. (vuurpijl), gelijk Hgd. rakete, uit It. rocchetta, dimin. van rocco = spinrok (z. rok 2): zij heeft den vorm van een spinrok.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

raket (Duits Rakete)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

raket ‘vuurpijl’ -> Russisch rakéta ‘vuurpijl’; Oekraïens rakéta ‘vuurpijl’ ; Wit-Russisch rakéta ‘vuurpijl’ ; Azeri raketa ‘vuurpijl’ .

raket ‘projectiel met eigen voortstuwing’ -> Indonesisch rakét ‘projectiel met eigen voortstuwing’; Papiaments rakèt ‘projectiel met eigen voortstuwing’; Surinaams-Javaans rakèt ‘projectiel met eigen voortstuwing’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

raket vuurpijl 1740 [WNT] <Duits

raket projectiel met eigen voortstuwing 1950 [GVD] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut