Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rail - (spoorstaaf; metalen richel voor een gordijn)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

rail zn. ‘spoorstaaf; metalen richel voor een gordijn’
Nnl. rail ‘spoorstaaf’ in eene gebrokene of onordelijk geraakte rail [1839; WNT], later ook in andere contexten, zoals in de samensteling gordijnrail [1939; Vaderland], contact te maken tussen de twee railsen [1990; NRC], een lier ..., die de camera op een rails over de bodem voorttrok [1992; NRC].
Ontleend aan Engels rails ‘paar wielgeleiders’ [voor 1734; OED], eerder al raile ‘houten staaf’ [ca. 1320; OED], nog eerder reyle ‘railing’ [1294-95; BDE], een ontlening aan Oudfrans reille ‘vergrendelingsbalk’ [eind 11e eeuw; Rey], ontwikkeld uit Latijn rēgula ‘staaf, richtlijn’, zie → regel.
Het woord rail kwam met de spoorwegtechnologie uit Engeland.
Het woord komt veel voor in het meervoud rails. De meervoudsuitgang -s is bij eenlettergrepige woorden in het Nederlands echter zeer ongebruikelijk. Hierdoor ontstaat soms een nieuwe meervoudsvorm railsen met een bijbehorende enkelvoud rails ‘rail’, zoals ook gebeurd is bij → biels.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rail [spoorstaaf] {1839} < engels rail [leuning, hek, reling, staaf, spoorstaaf] < me. frans reille [staaf] < latijn regula [liniaal, lat, balk], van regere [richten] (vgl. regent).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

rail znw. v., eerst in de 19de eeuw < ne. rail ‘slagboom, hek, spoor, rail’ < ofra. reille ‘ijzeren stok’ < lat. regula ‘staf, spalk’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

rail znw. Laat-nnl. < eng. rail. Zie regel.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

rail (Engels rail)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

rail ‘spoorstaaf’ -> Indonesisch rél ‘spoorrails, spoorstaaf; spoorweg’; Jakartaans-Maleis rèl ‘spoorstaaf’; Javaans ril ‘spoorstaaf, spoor(baan)’; Madoerees ērrīl, rīl ‘spoorstaaf’ (uit Nederlands of Engels); Menadonees rèl ‘rechte baan, conventie’; Minangkabaus rel, ril ‘spoorstaaf’; Muna reli ‘spoorstaaf’; Surinaams-Javaans ril ‘spoorstaaf’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

rail [spoorstaaf] (1839). In 1839 werd de eerste spoorlijn van Nederland in gebruik genomen, tussen Amsterdam en Haarlem. In deze periode worden uit het Engels, waar de techniek vandaan kwam, de woorden bus, cokes (‘soort kolen’), locomotief, lorrie (‘laag en vlak dienstwagentje dat door mankracht kan worden voortbewogen’), rail, tender (‘kolenwagen’), tram, trein en tunnel geleend. Neerlandicus Jan te Winkel constateert in het gedenkboek Eene halve eeuw 1848-1898: “De spoorwegen zijn bij ons al een jaar of tien ouder, dan het midden onzer eeuw. Toch zijn de meeste woorden, die daarop betrekking hebben, eerst in de tweede helft der eeuw gevormd of algemeen in gebruik gekomen. De samenstelling locaalspoor dagteekent van omstreeks 1878. Nieuw zijn alzoo spoorwet, spoornet, spoorlijn, spoortrein, ook verkort tot spoor en tot trein, waarnaast goederentrein, sneltrein, bommeltrein (een te vergeefs bestreden germanisme), pleiziertrein en ten slotte zelfs harmonicatrein. Voor spoorwagen heeft men ook wagon, dat wat ouder, en coupé, dat wat jonger is. Vvoor kolenwagen gebruikt men ook tender. Station was niet nieuw, wel stationschef, evenals wisselwachter. Aan de Duitschers ontleende men halte, aan de Engelschen stoppen. Nieuw is retourbiljet, nieuwer rondreisbiljet, allernieuwst kilometerboekje. Ook de tram, aanvankelijk tramway en toen door het volk tramwáái genoemd, is bij ons nog geen vijftig jaar oud. Sinds er aanleiding was gekomen om van stoomtram te spreken, ontstond als tegenstelling ook paardentram. De oudere “omnibus” is er grootendeels, de “diligence” bijna geheel door verdrongen. Den vroegeren “char-à-bancs” kent niemand meer.”

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

rail spoorstaaf 1839 [WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut