Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

radicaal - (grondig, geheel en al, zeer ingrijpend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

radicaal bn. ‘grondig, geheel en al, zeer ingrijpend’
Nnl. radicaal ‘grondig’ in de radicale uitroeijing van de kwaal [1787; WNT], ‘geheel en al’ in Likdoorns en eksteroogen radicaal weg te nemen [ca. 1815; WNT], ‘geneigd tot ingrijpende politieke hervormingen’, zelfstandig gebruikt in Wij hebben wel geene Radicalen, Ultra's, Carbonari of Calderari [1821; Van Heusden], Zijn radicale gevoelens in het staatkundige [1848; WNT], ‘diep ingrijpend’ in radicaler alles door te zetten [1887; WNT].
Ontleend aan Frans radical, dat een vergelijkbare ontwikkeling in betekenissen heeft doorgemaakt: ‘totaal’ [ca. 1465; TLF], ‘zeer ingrijpend’ [1516; TLF], ‘hervormingsgezind (m.n. in politiek)’ [1791-93; TLF]. Frans radical is ontleend aan Laatlatijn radicalis ‘betrekking hebbend op de wortel, fundamenteel’, afleiding van Latijn rādīx ‘wortel’, zie → radijs.
In het Vroegnieuwnederlands bestond daarnaast een betekenis radicael ‘geworteld’ [1553; Van den Werve], direct ontleend aan het Latijn. In de politieke betekenis heeft radicaal vanaf de 19e eeuw ook een plaats gekregen in de naam van politieke partijen. Voorbeelden hiervan zijn de Radicale Bond (1892-1901; een verre voorloper van de VVD) en de Politieke Partij Radicalen (PPR) (1968-1990; een van de directe voorlopers van GroenLinks).
Lit.: C.J. van Heusden (1821), Proeve over de keuze van volksvertegenwoordigers in het Koningrijk der Nederlanden, Gorinchem, 22

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

radicaal [totaal, consequent] {1787} < frans radical [consequent, van de wortel, tot in de grond, volkomen], teruggaand op latijn radix (2e nv. radicis) [wortel, oorsprong].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

radicaal’ (het, -calen), titel. In 1952 behaalde hij het arts-radicaal aan de Rijksuniversiteit van Utrecht () (WS 25-8-1984). Hij heeft de radicaal van meester in de rechten (Lichtveld & V. in Helman 1977: 338). - Etym.: In deze bet. in AN veroud., nog wel gebr. voor ’diploma’, ’bewijs van bevoegdheid’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

radicaal (Frans radical of Engels radical)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Radicaal (Fr. radical = wortelwoord, stam; Lat. rádix, gen. radícis = wortel). Atoomgroep met een vrije valentie.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Radicaal (< Lat. radicalis; < radix = wortel van een plant → wortel). Wortelvorm.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

radicaal ‘totaal, consequent; (politieke) extremist’ -> Indonesisch radikal ‘totaal, consequent; (politieke) extremist’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

conservatief [politiek behoudend] (1848). In 1848 breken overal in Europa revoluties uit. Een direct gevolg hiervan was een grondwetswijziging naar Engels voorbeeld, op initiatief van de liberale politicus Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872). De invloed van Engeland op de Nederlandse politieke ontwikkelingen is in deze periode zeer groot, en als gevolg daarvan worden er veel Engelse politieke termen overgenomen, zoals conservatief, debater, demonstratie (‘betoging’), imperialisme, internationaal, parlement, pragmatisme, protectionisme en quorum. De nieuwe staatsinrichting in de negentiende eeuw zorgt sowieso voor allerlei nieuwe termen in het Nederlands, zoals actief kiesrecht, passief kiesrecht, kieswet en volksvertegenwoordiging. Neerlandicus Jan te Winkel zegt hierover in het gedenkboek Eene halve eeuw 1848-1898: “Zoo heeft de meer democratische regeeringsvorm van 1848 allerlei woorden in onze spreektaal ingevoerd, die of geheel nieuw waren of te voren slechts nu en dan waren geschreven. Daar het jeugdig parlementarisme zich het zooveel oudere en meer ontwikkelde Engelsche in menig opzicht tot voorbeeld nam, kwamen er als van zelf ook Engelsche woorden in de mode, als budget (naast “begrooting”), club, en daarvan de jongere samenstelling kamerclub, meeting en speech [...]. Partijnamen ontstonden als clericaal en christelijk-historisch, behoudend en vooruitstrevend (’t laatste nog jong, zooals over het algemeen het streven zonder nader aangeduid doel), socialistisch (of sociaal, zooals het volk zegt) en radicaal, dat nu ook absoluut gebruikt kan worden, terwijl men vroeger alleen van “radicaal bedorven”, enz. kon spreken. Tamelijk nieuw zijn ook nog monsterverbond, kiesplicht, stemplicht, dienstplicht, leerplicht , schoolplicht. Tot het allernieuwste (sinds 1897 bekend) behoort ook stempotlood.”

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

radicaal totaal, consequent 1787 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut