Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rad - (vlug)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

rad 2 bn. ‘snel’
Mnl. rat ‘snel’ in valsche tonghen blat, Dat altoes snepper is ende rat Te spreken arch ‘valse tong, die altijd begerig en snel is om kwaad te spreken’ [1470-90; MNW-R]; vnnl. Hy (sal) betaelen rat ‘hij zal snel betalen’ [1583; iWNT], mijn radde tong ‘mijn vlotte taalgebruik’ [1619; iWNT].
Noordwestelijke nevenvorm (Holland, Friesland) van mnl. gherat, gherade ‘snel’.
Mnd. rat ‘snel’; ohd. rad, giredi ‘snel’, girado ‘plotseling’ (mhd. gerat, gerade ook ‘snel gegroeid’ > ‘rechtop’, nhd. gerade ‘recht; juist’); oe. rǣde, gerǣde ‘snel, behendig’; got. raþs ‘gemakkelijk’; < pgm. *(-)raþa- ‘snel’. Daarnaast staan echter: ohd. hrad ‘snel’; oe. hræð ‘id.’ (ne. rather (comparatief) ‘eerder’); on. hraðr ‘id.’ (nzw. dial. rad); < pgm. *hraþa-. Wrsch. zijn in het continentaal-West-Germaans, waar *hr- > r-, beide stammen samengevallen en zijn beide reconstructies dus mogelijk.
Pgm. *raþa- ‘snel’ laat zich verbinden met de wortel pie. *ret- ‘rennen’, zie → rad 1 en zie ook → ras 2 ‘snel’. Pgm. *hraþa- wordt gewoonlijk vergeleken met Litouws apikratai ‘snel’, afleiding van de wortel van krė̃sti ‘schudden’ < pie. *kret- (LIV 370).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rad3* [vlug] {rat 1451-1500} oudhoogduits (h)rad, oudengels (h)raeð (engels (h)raeð, vergrotende trap rather) [snel], gotisch raþs [licht]; buiten het germ. oudiers crothim [ik schud], litouws kretėti [schudden].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

rad 2 bnw., later-mnl. rat (holl.), Kiliaen rade, radde (Fris), een fri-holl. vorm mnl. gherat, gherāde ‘rad, vlug, flink, degelijk’, vgl. ohd. giradi ‘zeer snel’; maar verder ook ohd. rado, rato bijw. ‘snel’, oe. ræd ‘snel, behendig’, got. raþs ‘licht’.

Men kan met IEW 866 dit woord verbinden met rad 1 en dan verwijzen naar iers rethim ‘loop’. Er is echter ook te denken aan een ander woord, dat ohd. als hrad, hrat, hredi voorkomt en overeenstemt met oe. hræð (vgl. ne. rather ‘eerder’), on. hraðr ‘snel’. Dit vergelijkt men met lit. apikrataĩ ‘snel’, kretù, kretéti ‘waggelen’, oiers. crothaim ‘schudden’ (Schwentner PBB 48, 1924, 79-85).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

rad II bnw., later-mnl. (holl.) rat (d; de nnl. dd is jonger evenals de kk bij lek II), Kil. rade, radde (“Fris.”), een fri.-holl. vorm naast mnl. gherat (d) en gherāde “rad, vlug, flink, degelijk”. Gherāde = ohd. giradi “velocissimus” (nhd. gerade).’t Is bezwaarlijk uit te maken of wij hiervoor en voor (ghe)rat van r- of χr- moeten uitgaan; misschien zijn beiderlei vormen door elkaar geloopen. Ohd. hrat, hrad, ags. hræd, hræð, on. hraðr “vlug” hebben χr-, ohd. rat, rad, mnd. rat (d) “id.” kunnen χr- of r- hebben, ags. ræd, ræð “id.”, got. raþs “licht” hebben r-. De woorden met χr- zijn met ier. crothim “ik schud”, lit. kretù, kretèti “schudden” (intrans.), kratùs “hard dravend” verwant, die met r- wellicht met rad I. Zie nog redden, ras(ch). De basis qret- kan hoogerop met qrep- (zie rapen) verwant zijn.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

rad II bnw. Zie nog Schwentner PBB. 48, 83vlg.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

rad 2 bijv.(snel), Mnl. rat + Ohd. rad (Mhd. rat), Ags. ræđ (Eng. rath en de compar. rather) = vlug, Go. raþs = licht, van denz. wortel als rad 1; niet verwant zijn Ohd. hrat, Ags. hræđ, On. hrađr.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

rat, rats, bw.: helemaal. Mnl. rat ‘snel’. Mnd. rat, Oe. (h)ræd, hræþ, Ohd. (h)rad, (h)rado ‘snel’, Got. raþs, On. hraðr ‘snel’. Idg. *kret- ‘schudden, zich vlug bewegen’ in Lit. kretéti ‘beven’ < Idg. wortel *(s)ker ‘draaien, buigen’. Zie ook grat.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

rot bw.: helemaal, recht. Uitdr. hij kijkt rot deur uw lijf ‘hij kijkt zo door je heen, hij heeft een scherpe blik’. Rot is een dial. uitspraak van rad (vgl. Zeeuws rotte ‘rat’). Ovl. rad, rats ‘helemaal, ineens’. Mnl. rat ‘snel’. Mnd. rat, Oe. (h)ræd, hræþ, Ohd. (h)rad, (h)rado ‘snel’, Got. raþs, On. hraðr ‘snel’. Idg. *kret- ‘schudden, zich vlug bewegen’ in Lit. kretéti ‘beven’, uit Idg. wortel *(s)ker- ‘draaien, buigen’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

rad (B, G, W, ZO), rats (B, E, G), bw.: helemaal, ineens. Mnl. rat 'snel'. Mnd. rat, Oe. (h)ræd, hræþ, Ohd. (h)rad, (h)rado 'snel', Got. raþs, On. hraðr 'snel'. Idg. *kret- 'schudden, zich vlug bewegen' in Lit. kretéti 'beven', uit Idg. wortel *(s)ker- 'draaien, buigen'. Zie ook grataf.

ratteko (Gb), bw.: helemaal, totaal. Afl. met expressief -ko-suffix van rad (zie i.v.) 'helemaal'. Vgl. Roteka, roteko.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

rad* vlug 1451-1500 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal