Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rachitis - (Engelse ziekte)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rachitis [Engelse ziekte] {1778} < modern latijn rachitis, gevormd van grieks rachitès [tot de ruggengraat behorend], van rachis [rug, ruggengraat], verwant met rachos [doornstruik, heg daarvan] + -itis.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

rachitis znw. v., sedert 1778, als medische term uit lat. rachitis een afl. van gr. ráchis ‘ruggegraat’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

ragitis s.nw. (geneeskunde)
Kindersiekte van die beendere.
Uit Ndl. rachitis (1778).
Ndl. rachitis uit moderne Latyn rachitis, gevorm van Grieks rachitès 'wat tot die ruggraat behoort', met lg. van rachis 'rug, ruggraat'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

ragitis: bep. siekte i. d. liggaamsbeendere; Ndl. (1778) rachitis, soos Eng. rachitis (“volks” rickets), uit Lat. rachitis, hou verb. m. Gr. (h)raχis, “ruggraat”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

rachitis ‘Engelse ziekte’ -> Indonesisch rakitis ‘Engelse ziekte’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

rachitis Engelse ziekte 1778 [WNT] <modern Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut