Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

raadsel - (puzzel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

raden ww. ‘gissen; adviseren’
Onl. rādan (sterk werkwoord) ‘adviseren’ in Sie rieden mir ouch, thaz ich ... ‘zij adviseerden mij ook, dat ik’ [ca. 1100; Will.]; mnl. raden ‘beraadslagen, adviseren’ [1240; Bern.], ‘gissen’ in bi der naturen van enen dire, so rait man die nature van enen anderen ‘uit de aard van het ene dier kan men de aard van het andere opmaken’ [1270-90; VMNW].
Os. rādan ‘zorgen voor’; ohd. rātan ‘adviseren, beraadslagen’ (nhd. raten); ofri. rēda ‘adviseren, helpen, zorgen voor’ (nfri. riede); oe. rǣdan ‘adviseren, beraadslagen, besluiten; uitleggen, verklaren, voorspellen, lezen’ (ne. read ‘lezen’); on. ráða ‘adviseren, beraadslagen, besluiten’ (nzw. råda); got. garedan ‘voorbereiden’, uzredan ‘besluiten’; < pgm. *rēdan-. Daarnaast met andere ablaut pgm. *rōdijan-, waaruit: on. røda ‘spreken’; got. rōdjan ‘id.’. Het woord toont in de afzonderlijke Germaanse talen een grote verscheidenheid aan betekenissen. De oorspr. Germaanse betekenis is moeilijk vast te stellen, maar luidt vermoedelijk ‘beraadslagen, overleggen’. Zie ook → raad.
Wrsch. verwant met: Sanskrit rādhnóti ‘gereedmaken’; Oudkerkslavisch raditi ‘opletten, zorgen voor’; Oudiers rádid ‘zeggen’; < pie. *reh1dh-, *roh1dh- ‘ten uitvoer brengen’ (LIV 499). Mogelijk is dit een uitbreiding van de wortel *reh1- ‘overwegen, beschouwen’, waarvoor zie → rede.
In het Nederlands was de belangrijkste betekenis van oudsher ‘adviseren’. Deze betekenis is grotendeels overgenomen door de afleiding aanraden (met in tegengestelde betekenis afraden en ontraden) en verder nog herkenbaar in de afleiding raadzaam ‘verstandig’ en de uitspraak het is je geraden! ‘dat zou ik maar doen!’. De betekenis ‘overdenken, overleggen’ is overgegaan op → beraden en zie ook → beraadslagen. Een oude afleiding is ook nog → verraden.
De huidige betekenis ‘gissen’ is ontstaan uit ‘iets overpeinzen’, i.h.b. ‘zich een mening of denkbeeld vormen van iets wat onbekend is’. Deze kwam al voor in het Middelnederlands, maar gewoner in deze betekenis was gheraden, een afleiding die in het Vroegnieuwnederlands verouderd raakte maar nog wel bestaat in dialecten.
Het werkwoord raden was oorspr. sterk, maar kreeg er een zwakke verleden tijd raadde bij, die nu veel gebruikelijker is dan ried.
raadsel zn. ‘opzettelijk duister geformuleerde vraag, enigma’. Mnl. ratsele ‘probleem, vraagstuk’ [1240; Bern.]. Afleiding met het achtervoegsel → -sel van raden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

raadsel* [puzzel] {raetsel 1201-1250} oudsaksisch radislo, middelhoogduits ratsal, oudengels rædels (engels riddle), van raden met achtervoegsel -sel.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

raadsel

Het woord raadsel wordt omschreven als: een opzettelijk duister geformuleerde vraag waarmee men iemand op een dwaalspoor tracht te brengen, inzonderheid om zijn vernuft op de proef te stellen. Er is verwantschap met raad, met raden, met Engels riddle, maar ook met Engels to read: lezen, dat in de Angelsaksische vorm betekende: rune-tekens verklaren. De oorspronkelijke betekenis van het werkwoord raden zou dan zijn geweest: iets recht leggen, iets in de geest recht leggen en vandaar: iets overleggen, zich ergens op bezinnen en tenslotte: iets duiden, iets verklaren. Datgene wat verklaard moet worden is dan het raadsel. Het woord komt ook voor in de zin van: moeilijk oplosbaar probleem.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

raadsel znw. o., mnl. raetsel o. (met metathesis rādeles, rāles) ‘raadsel, mysterie’, os. rādislo m., rādisli o., laat-mhd. rātsal, rǣtsel (sedert de 15de eeuw uit noordduits, nhd. rätsel), oe. rǣdels m., rǣdelse v. ‘raadsel, probleem, overlegging, mening, verbeeldingskracht, het spreken’ (ne. riddle heeft een ander suffix gekregen). — De oudste vorm is *rāðisla-, dus met het suffix -sla- van het ww. raden, waaruit met metatheses vormen als mnl. rādeles, mnd. rēdelse, oe. rædels.

Een andere formatie is ohd. rātissa, rātussa, rātiska; andere woorden voor dit begrip zijn ohd. tunkal (waarvoor zie: donker) en got. frisahts v.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

raadsel znw. o., mnl. raetsel o., ook (met dgl. metathesis als in ’t Ags.) râles (*raedles) o. = laat-mhd. râtsal, rætsel (nhd. rätsel) o., os. râdislo m., râdisli o., ags. ræ̂dels m., -se v. (eng. riddle) “raadsel, probleem”, in ’t Ags. ook “overlegging, meening, verbeeldingskracht, speech”. Voor ’t suffix zie -sel. Het oudere Hd. kende ’t woord niet, maar wel komen ohd. de synoniemen râtissa, râtussa, râtisca v. en tunkal o. (bij donker) voor.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

raodsel (zn.) raadsel; Vreugmiddelnederlands ratsele <1240>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

raaisel s.nw.
1. Vraag wat in die oplossing daarvan die vernuf van die hoorder of leser toets. 2. Duister saak, misterie.
Uit Ndl. raadsel (Mnl. raetsel in bet. 1, 1645 in bet. 2), 'n afleiding met -sel van raden 'raai'. Gewestelike Ndl. rasel (Mnl. rales) is opgeteken (WNT). Die moontlikheid dat die vorm raaisel gewestelike Ndl. is, en dus nie eers aan die Kaap ontwikkel het nie, kan nie uitgesluit word nie. Eerste optekening in Afr. by Changuion (1844) in die samestelling raaislag.
D. Rätsel.
Vgl. Eng. riddle.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

raadsel* puzzel 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut