Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

raad - (advies; bestuursorgaan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

raad zn. ‘advies; bestuursorgaan’
Onl. rāt ‘advies’ in an radon ouir kint manno ‘met betrekking tot zijn raadgevingen over de mensenkinderen’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. raet ‘advies, oplossing, plan, overleg’ in ic geue iv rat ‘ik geef u advies’ [1201-25; VMNW], bi gemenen rade ‘na algemeen overleg’ [1236; VMNW], dat was al gedaen met rade ‘dat was allemaal gedaan volgens plan’ [1265-70; VMNW], Heft enen raet daer iegen vonden ‘heeft daar een oplossing voor gevonden’ [1265-70; VMNW], si was hen te rade ghegaen ‘zij had hun om advies gevraagd’ [1276-1300; VMNW], ‘bestuurscollege’ De prior ... ende de groetmeestrigghe ... ende har raet maken cont ‘de prior en de grootmeesteres en hun raad maken bekend’ [1267; VMNW], Hi nam raet ... Metten vroetsten van sinen rade ‘hij won advies in bij de verstandigsten van zijn raad’ [1285; VMNW].
Os. rād; ohd. rāt (nhd. Rat); ofri. rēd (nfri. ried); oe. ræd; on. ráð (nzw. råd); met een grote diversiteit aan afgeleide betekenissen, < pgm. *rēda-, nomen actionis bij → raden.
Het woord kende in het Middelnederlands een groot aantal betekenisnuances, evenals het bijbehorende werkwoord raden. De meeste ervan zijn tegenwoordig verouderd. De belangrijkste betekenissen zijn ‘advies’ en ‘adviserend bestuursorgaan’. In de betekenis ‘uit meerdere personen bestaand bestuursorgaan’, met adviserende, besturende, beslissende of rechtsprekende functie, fungeert het woord in de namen van vele overheidsinstellingen, bijv. Raad van State (NN), Hoge Raad, Raad van Europa, gemeenteraad (NN), en in andere bestuursorganen, bijv. raad van bestuur, raad van commissarissen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

raad* [advies, adviserend college] {oudnederlands rat 901-1000, middelnederlands raet [advies, adviserend lichaam]} van raden.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

raad znw. m., mnl. raet m. ‘overleg, beraadslaging, beraad, besluit, plan, raad, middel, maatregel, benodigdheden, voorraad, geheim, list, wijze van doen, geest, gemoed, raadsman, raadgevend lichaam’, onfrank, rāt, os. rād, ohd. rāt, of ri. rēd, oe. rœd m., on. rāð o., vgl. ook got. garēdaba ‘eerbaar’. — oi. rādhas ‘zegen, gunst, gave’, osl. rad ‘zaak, handeling’. — Verbaalnomen bij raden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

raad znw., mnl. raet (d) m. “overleg, beraadslaging, beraad, besluit, plan, raad, middel, maatregel, benoodigdheden, voorraad, geheim, list, manier van doen, geest, gemoed, raadsman, raadgevend lichaam”. = onfr. rât (d), ohd. rât (nhd. rat), os. râd, ofri. rêd, ags. ræ̂d m., on. râð o. in dgl. bett. Znw. bij mnl. râden “overleggen, beramen, meenen, raden, aanraden, berokkenen” (nnl. raden) = ohd. râtan (nhd. raten), os. râdan, ofri. rêda, ags. ræ̂dan (eng. to read), on. râða met dgl., voor een deel met nog ruimere bet.-sfeer (vgl. lezen), ’t Got. heeft: ga-redan “op iets bedacht zijn”, und-redan “verschaffen”, ur-redan “bepalen”. Verwant zijn ier. imm-râdaim “ik bespreek, denk”, obg. raždą, raditi “zorgen, zich bekommeren om”, oi. râdhnóti, rā́dhyati “hij komt terecht, maakt klaar, brengt tot stand”. Men combineert hoogerop nog wel hiermee de bij rede besproken woordfamilie; dan zou de dh oorspr. formantisch zijn: mogelijk, maar onzeker. Nog vager is de combinatie met bereiden, waarbij men van idg. (i)dh- uitgaat. Zie nog voorraad, huisraad.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

raad. Van Ginneken TTL. 12, 1 vlgg. construeert een ontwikkelingsgeschiedenis van de bett., waarbij hij uitgaat van een oudste bet. ‘zorg, voorzorg’. Zie nog voorraad Suppl.
Scherpzinnig, maar niet aannemelijk is de combinatie (Sütterlin IF. 45, 308) van lat. hêrês, -êdis ‘erfgenaam’ als *hêro-rêd- ‘die verlaten, nagelaten huisraad heeft’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

raad m., Mnl. raet, Onfra. rât, Os. râd, verbaalabstr. van raden (z.d.w.). De bet. zijn: 1. raadgeving, 2. hulp, 3. voorhanden middelen: z. huisraad. Van hier Fr. roi, arroi, désarroi.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

raod (zn.) raad, advies; Aajdnederlands rat <901-1000>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

raat s.nw.
Deur die volksgeloof oorgelewerde geneesmiddel, hulp of voorligting.
Uit verouderde Ndl. raad (al Mnl.). In Afr. is raat 'n doeblet van raad. Volgens WNT is Ndl. raad in die bet. 'artsenij, medicament' verouderd. Eerste optekening in Afr. by Pannevis (1880).

raad s.nw.
1. Iets wat 'n mens weet en bedink as oplossing van 'n probleem. 2. Aanbeveling, advies aan 'n ander. 3. (verhewe) Dit wat 'n mens bedink en ten uitvoer bring. 4. Groep mense beklee met bepaalde bevoegdhede. 5. Persoon vir wie die gee van raad (raad 1 en 2) 'n vaste, offisiële funksie is.
Uit Ndl. raad (al Mnl.). In bet. 1 - 3 is raad 'n benaming vir abstrakte begrippe, en in bet. 4 en 5 vir konkrete voorwerpe. In sommige Afr. woordeboeke word die twee kategorieë as homonieme behandel. Al die betekenisonderskeidings, wat ook al in Mnl. bekend was, gaan egter op dieselfde grondvorm terug.
Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. (1840 in bet. 4) en vanuit Afr. in S.A.Eng. in die samestellings raadhuis (1888) en Raadsaal (1893).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

raad: (mv. rade) “amptelike liggaam”; (mv. raadgewinge/raadgewings) “advies”; (sonder mv.) “insig, wysheid”, doeb. v. raat (q.v.); Ndl. raad, Hd. rat, hou verb. m. ww. vorme soos Ndl. raden, Hd. raten, Afr. raai, Eng. read en wsk. ook m. Ndl./Afr. rede en m. die tweede lid v. honderd (q.v.), asook m. Lat. ratio, “(be)rekening; rede” en ww. rēri, “dink”.

raat: (mv. rate, bv. boererate), “geneesmiddel(s), medikament(e)” (v. d. volksgeneesk.), doeb. v. raad (q.v.).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

raad ‘revolutionair bestuurslichaam’ (bet. van Russisch sovet)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

raad ‘advies; adviserend college’ -> Zuid-Afrikaans-Engels raad ‘(advies)college; wetgevende vergadering’ ; Indonesisch Raad /rat/, rad ‘(gerechts)hof’; Javaans erad, rad ‘raadscollege, landraad’; Keiëes rat ‘raadsvergadering, raad van Hoofden, raadszitting’; Madoerees rat ‘raadsvergadering’; Sasaks rad ‘adviserend college; rechtbank’; Soendanees rad ‘(lid van een) college met rechtsprekende macht; rechtbank’; Negerhollands raad, rāt, raed ‘advies, bestuur, ook: overleg’; Papiaments kasa na rat (ouder: raad) ‘voor de wet trouwen (ouder: raadsvergadering)’; Sranantongo rai (ouder: lai) ‘advies’; Sarnami rái ‘advies; adviserend college’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

raad* advies, adviserend college 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut