Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

quitte - (elkaar niets meer schuldig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

quitte bn. ‘elkaar niets meer schuldig’
Vnnl. sal de Schipper quijt zijn ‘... niets meer schuldig zijn’ [1563; WNT], Wy zijn 't quijt ‘we staan gelijk’ [1668; WNT].
Via Frans quitte ‘niets schuldig zijnde’ [ca. 1175; Rey], ouder quite [1080; Rey], ontleend aan juridisch middeleeuws Latijn quitus ‘vrij van juridische of financiële verplichtingen’, uit klassiek Latijn quietus ‘rustig, vreedzaam’. Hetzelfde Franse woord werd eerder al ontleend als → kwijt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

quitte [niets meer schuldig] {1563} < frans quitte (vgl. kwijt).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kiet of quitte < fra. quitte, waarvoor zie ook: kwijt.

quitte bnw. ‘niets meer schuldig zijn’ < fra. quitte ‘vrij van’, dat ontstaan zal zijn < lat. quiētus ‘rustig’. — Zie ook: kiet en kwijt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kiet, quitte bnw. Uit fr. quitte (zie kwijt). Dial. (N.Brab.) kwijt = “quitte”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1kiets b.nw.
Gelykop, niks aan mekaar verskuldig nie.
Afleiding met -s van Ndl. kiet (1866). Eerste optekening in Afr. by Mansvelt (1884).
D. quitt, Eng. quits, Fr. quitte.
Vgl. quits.

quits b.nw. (geselstaal)
Gelykop, niks aan mekaar verskuldig nie.
Uit Eng. quits (1663). Die woord kom ook voor in die vaste uitdr. dubbel of quits.
Eng. quits miskien 'n spreektaalverkorting van Latyn quittus van quietus 'bewys van betaling van skuld'. Oorspr. bet. in Oudengels ook 'vrygestel van 'n verpligting of skuld'.
Vgl. 1kiets.

kwits b.nw. (minder gebruiklik)
Kiets (1kiets).
Uit Eng. quits (1663).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kiets: gew. met, selde sonder, slot-s, “gelyk”; Ndl. kiet/quitte, dial. kwijt (Mnl. quite), Hd. quitt, Eng. quit via Ofr. quite uit Lat. quietus, “stil, rustig” – kiets en kwyt aanv. wv., ten slotte doeb.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kiet (Frans quitte)
quitte (Frans quitte)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

quitte ‘wederzijds niets meer schuldig’ -> Indonesisch kit ‘wederzijds niets meer schuldig’; Sranantongo kit ‘wederzijds niets meer schuldig’.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

quitte. Het Nederlands kent weinig woorden die met een q beginnen, en dat zijn allemaal leenwoorden. Daardoor is het aantal Nederlandse uitleenwoorden met q- verwaarloosbaar klein, en bovendien is het niet altijd zeker of een vreemde taal ze heeft ontleend via het Nederlands of direct uit de oorspronkelijke brontaal. Potentiële Nederlandse uitleenwoorden met q- komen slechts voor in de gebieden waar het Nederlands bestuurstaal is geweest of is. Zo komt in het Sranantongo het woord kit 'quitte' voor. Het Sranantongo is een creooltaal die is gebaseerd op het Engels; het is dan ook niet uitgesloten dat Sranantongo kit teruggaat op Engels quits, maar gezien het ontbreken van de slot-s is Nederlandse herkomst aannemelijk. Ook het Papiamentse kit zal waarschijnlijk op het Nederlandse woord teruggaan: ta kit betekent 'quitte zijn'. In het Indonesisch komt quitte voor zover mij bekend niet voor; Nederlandse uitleenwoorden met een q- in deze taal zijn bijvoorbeeld quarantaine, quasi en quota, in het Indonesisch gespeld als karantine, kuasi en kwota.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

quitte wederzijds niets meer schuldig 1563 [WNT] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1135. Kiet zijn,

of quitte zijn, d.i. niets meer schuldig zijn of niets meer te vorderen hebben; in een strijd: kampop zijn; ook: elkander iets betaald gezet hebben; fr. être quitte (= kwijt), mnl. quite; hetzelfde als het fri. lyk wêze en gron. liek (gelijk) wezen (Molema, 200). Vgl. het Zuidndl. ik ben kiet, ik ben alles kwijt, rut, bluts, (Schuermans, Bijv. 160 a); kwijt(e) zijn, niets meer schuldig zijn (De Bo, 596 b); mnl. quite sijn, niet strafbaar zijn, ook vrij zijn, ontslagen van een geldelijke verplichting (Stallaert II, 127 a; Mnl. Wdb. VI, 915; De Bo, 597 a); hd. quitt sein; eng. to be quits with a.p.; Afrik. ons is kiet(s).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut