Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

quarantaine - (afzondering)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

quarantaine zn. ‘afzondering’
Vnnl. quarantaine ‘afzondering om verspreiding van besmettelijke ziektes te voorkomen’ [1664; WNT].
Uit Frans quarantaine ‘veertig dagen durende periode van afzondering’ [1635; Rey], eerder al ‘vastentijd van veertig dagen’ [12e eeuw; Rey], afleiding van quarante ‘veertig’, dat via vulgair Latijn quarranta is ontwikkeld uit klassiek Latijn quadrāgintā ‘veertig’, gevormd uit quadra- ‘vier-’, zie → vier, en -ginta ‘-tig’, verwant met decem ‘tien’, zie → tien.
Schepen uit verre oorden werden bij terugkomst in de haven veertig dagen in isolatie gehouden om verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen. Deze betekenis ontstond eerst in het Italiaans: quarantene [1630; DELI]. Het Frans heeft deze betekenis overgenomen. De aanvankelijke duur van de isolatie zal ingegeven zijn door de duur van de kerkelijke vastenperiode.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

quarantaine [afzondering] {1664, vgl. quaranteine [wapenstilstand van 40 dagen] 1393} < frans quarantaine [afzondering] < middeleeuws latijn quarantena of < italiaans quarantina [veertigtal], van quaranta [veertig] < latijn quadraginta [idem] (vgl. quadrageen); de quarantaine van schepen uit het Oosten duurde als regel in Italiaanse havens veertig dagen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

quarantaine znw. v. < nfra. quarantaine ‘isolering van personen, die bij aankomst van een schip van een besmettelijke ziekte verdacht worden’. Het woord gaat terug op de quaranta giorni of veertig dagen, die de overheid van Venetië ± 1400 als duur van deze isolering vaststelden. Het ital. quarranta gaat terug op vulg. lat. < quadrainta > lat. quadrāginta ‘veertig’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

karantein, zn.: quarantaine, gedwongen afzondering wegens besmettingsgevaar. Mnl. quaranteine ‘wapenstilstand (40 dagen)’. Fr. quarantaine ‘veertig dagen durende afzondering’ < It. quarantina, quarantene. Schepen werden in Italiaanse havens 40 dagen vastgehouden. Veertig naar analogie van de vastentijd. Samenst. karanteinstal ‘stal waar uit Nederland ingevoerde dieren veertien dagen verbleven om gekeurd te worden’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

karantein, karetein (W), zn. v.: afgezonderde ligplaats van schepen die uit een land met besmettelijke ziekte komen, medisch onderzoek van de bemanning. Fr. quarantaine < quaranteine 'veertigtal' < 'veertigdaagse vasten' en 'periode van 40 dagen isolering om verspreiding van epidemie te voorkomen'.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

qua’rantaine (de, -s), (uitspr. F: karantè’ne), (ook, hist.:) geneeswijze bestaande in toediening van een geneeskrachtige stroop gekookt uit zekere hout- en wortelsoorten en suiker, gepaard gaande met een streng dieet en opsluiting van de patiënt. De Dresmama’s* zijn gewoonlijk reeds in jaren gevorderde Negerinnen of kleurlingen. Aanvankelijk waren zij belast met het toezigt over de Jaws*-patiënten; langzamerhand begonnen zij de aanwending van geneesmiddelen, tot dat zij, zoals thans, geheele ziekenhuizen houden, kwijlkuren en quarantaines, enz. toedienen (Kuhn 1828: 41; oudste vindpl.). - Etym.: Kuhn (48) veronderstelt, dat de term samenhangt met de opsluiting: AN q. = verplichte afzondering gedurende welke een besmettelijke ziekte aan het licht kan komen.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

quarantaine (Frans quarantaine)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Quarantaine (Fransch, van quarante = veertig). In het laatst der 14e eeuw heerschten in Europa op verschrikkelijke wijze de pest en de “zwarte dood.” De bewoners van de stad Rhegium (Reggio) in Beneden-Italië zochten zich tegen de besmetting te vrijwaren, door alle reizigers hetzij over land, hetzij over zee, 40 dagen lang buiten de stad onder nauwlettende bewaking (observatie) te stellen; eerst wanneer na dien tijd zich geen sporen van de gevreesde ziekte vertoonden, werden de reizigers in die stad toegelaten. Dit voorbeeld vond weldra navolging; vooral door de handelssteden werd dit 40-daagsche onderzoek, quarantaine geheeten, toegepast op schepen, die uit besmette streken kwamen (pest, cholera enz.) en die op opzettelijk daartoe aangewezen plaatsen buiten de haven moesten ankeren. De duur (van 40 dagen) is echter van lieverlede ingekrompen, maar de naam quarantaine is gebleven. In ons land was bijv. Tien Gemeten een quarantaineplaats.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

quarantaine ‘afzondering’ -> Indonesisch karantina ‘afzondering’; Papiaments † korantin ‘afzondering’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

quarantaine afzondering 1664 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut