Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pseudo- - (voorvoegsel, onecht-)

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pseudo- (Grieks pseudo-)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Pseudo- (= Gr. ψευδo- (pseudo-) = ψευδής (pseudês) = vals). Eerste lid in samenstellingen om een valse of misleidende gelijkenis aan te geven met hetgeen door het tweede lid van de samenstelling wordt uitgedrukt.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Pseudo- (< Gr. ψευδο- = schijn-; < ψεύδειν = bedriegen). Math. gebruikt: 1) in gevallen waarin enige gelijkenis aanwezig is, b.v. pseudosfeer = oppervlak van constante negatieve kromming. 2) in gevallen, waarin ten gevolge van gelijkekenis verwarring heeft plaats gevonden, b.v. pseudo-versiera (quadratrix geometrica), een kromme van den derden graad, die met de versiera verwant en daardoor er vaak mee verward is.

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Pseudo..., in samenstellingen (van ’t Gr. pseudein = liegen, bedriegen), is bij ons: valsch, voorgewend, gewaand, bijv. pseudoniem: valsche naam, schuilnaam van een schrijver.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut