Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

proza - (ongebonden stijl; geschrift in die stijl)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

proza zn. ‘ongebonden stijl; geschrift in die stijl’
Nnl. prosa ‘ongebonden stijl, niet-dichtvorm’ in Twee Tragicomedien in prosa [1617; WNT tragicomedie]; nnl. prosa, proza ‘ongebonden stijl, geschrift in die stijl’ in alle mijn schrijvens in prosa en vers [1793; WNT wegsluiten], uwe proza ... uwe verzen [1836; iWNT], ‘wat alledaags, niet-verheven is’ in de Proza van het leven ‘de alledaagse dingen in het leven’ [ca. 1839; WNT].
Ontleend aan Latijn prōsa, een verkorting van prōsa ōrātiō ‘rechtlijnige, directe stijl van spreken’; voor ōrātiō zie → oreren; prōsa is de vrouwelijke vorm van prōsus, ouder prōrsus ‘rechtlijnig, direct’, een samentrekking van Oudlatijn prōvorsus ‘recht naar voren (gericht, gaand)’, gevormd uit prō- ‘voor, naar voren’, zie → pro-, en vorsus, een ouder verl.deelw. van vertere ‘wenden, keren’, verwant met → worden.
Hetzelfde woord was in het Middelnederlands ontleend via Frans prose ‘tekst zonder rijm’ [ca. 1265; TLF]: prose ‘proza’ [1240; Bern.], bescreuen met prose ‘beschreven in proza’ [1265-70; VMNW]; het komt in het Vroegnieuwnederlands nog veel voor in de vorm proos, prose, prooze, en wordt uiteindelijk in de 18e eeuw verdrongen door de vorm proza. Het bestaat nog tot in de 20e eeuw als prose, proze in de gespecialiseerde betekenissen ‘kerkelijke rijmende lofzang, oorspr. zonder metrum’ en ‘spreuk op een loterijbriefje’ (WNT prose).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

proza [ongebonden stijl] {prose 1201-1250, prosa 1617, proza 1724} < latijn prosa, verkort uit oratio prosa, oratio [rede], prosa, vr. van prosus, prorsus [voorwaarts, rechtuit], prorsus, van pro [voor] + versus, verl. deelw. van vertere [wenden], dus ‘naar voren gewend’. De vorm prose waarschijnlijk < frans prose.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

proza znw. o. < lat. prosa. Mnl. prose ‘proza; doorlopende tekst’ (in de 16de eeuw ook ‘zinspreuk’) zou ook < ofra. prose kunnen ontleend zijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

proza znw., o. Internationaal woord, uit lat. prôsa. Mnl. prôse v. beteekent “proza, prozastuk, doorloopende tekst, hymne”, ’t Kan uit lat. prôsa en uit fr. prose ontleend zijn, hoogstwsch. uit ’t eerste.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

proza o., uit Lat. id., d.i. *prorsa, proversa = die recht doorgaat, van pro (z. voor) en versa, v.d. van vertere (z. worden).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

proza (Latijn prosa)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

proza ‘ongebonden stijl’ -> Indonesisch prosa ‘ongebonden stijl’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

proza ongebonden stijl 1617 [WNT tragicomedie] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut