Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

protestant - (lid van christelijk kerkgenootschap)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

protestant zn. ‘lid van christelijk kerkgenootschap’
Vnnl. protestant ‘iemand die protesteert’ [1540; Toll.], ‘lid van een der na de hervorming ontstane kerken’ in de confederatie der protestanten van Duitslant [1569; WNT ramp I], preekten de Protestanten niet in Ste. Maertenskerke [1579; WNT].
Ontleend via Duits Protestant ‘hij die protesteert’ [1525-50; Pfeifer] aan Latijn protestans (genitief -antis) ‘hij die protesteert, getuigt’, het zelfstandig gebruikte teg.deelw. van prōtestārī ‘in het openbaar getuigen’, zie → protesteren.
In 1529 werd op de Rijksdag in Spiers (Speyer in de huidige Duitse deelstaat Rijnland-Palts) besloten, dat de Duitse vorstendommen geen vrije geloofskeuze meer hadden. Het officiële protest van de Lutherse vorsten tegen dit besluit staat bekend als de Protestatie van Speyer, de vorsten in kwestie waren de Protestanten. Van dit laatste woord is de naam afkomstig die in vele talen gebruikt wordt voor de leden van alle christelijke kerkgenootschappen die ten gevolge van de reformatie zijn ontstaan.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

protestant [hervormd] {1546 in de betekenis ‘iemand die protesteert’; de betekenis ‘christelijk-hervormd’ 1579; in het huidige gebruik 1665} < latijn protestans (2e nv. protestantis), teg. deelw. van protestari, protestare [publiekelijk verklaren, getuigen], van pro [voor] + testari [getuigen], van testis [getuige] (vgl. testament). De naam van de chr. hervormden ontstond uit protestantes [protesterenden] tegen de besluiten van de Rijksdag van Spiers in 1529, waarin kerkhervormingen verboden werden.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

Protestant: aanv. “iemand wat tydens d. Hervorming teen die R.K. leer en praktyke geprotesteer het”; later “lid v. d. een of ander Prot. Kerk”; Ndl. Protestant (16e eeu), via Fr. protestant, teenw. dw. v. protester, “protesteer”, uit teenw. dw. v. Lat. protestari, “jou versit, protesteer”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

protestant (Latijn protestantes, mv.)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

protestant ‘hervormd’ -> Indonesisch Protéstan ‘hervormd’; Javaans protèstan ‘hervormd (christelijk)’; Keiëes protestan ‘hervormd’; Soendanees protestan ‘hervormd’; Papiaments protestant ‘hervormd’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

protestant hervormd 1579 [Toll.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut