Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

prop - (bal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

prop zn. ‘bal van samendrukbaar materiaal’
Mnl. proppe ‘bal’ in Vanden grooten proppen totten grooten bussen verbesicht ‘betreffende de grote proppen, gebruikt voor de grote vuurwapens’ [1420; MNW].
Herkomst onbekend; als de oorspr. betekenis van → pop 1 ‘ineengedraaide vlasbundel’ is, dan zou prop met een emfatische -r- eventueel ook daarbij kunnen behoren.
Mnd. propp, proppe ‘prop’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

prop2* [bal] {1420} van proppen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

prop znw. v. ‘bal van samendrukbaar materiaal; kegelvormige stop of plug; samenstel van staken in een zinkstuk van rijswerk’, mnl. proppe, prop v. ‘prop (in schietwapen)’, Kiliaen ook ‘steun, stut’, mnd. prop, proppe m. ‘prop, wat ergens in gestopt wordt’ ( > nhd. pfropfen sedert 1716), ne. prop ‘steun, stut’ (misschien < mnl. proppe). — Er is geen reden de beide betekenissen, hoewel zij ver uiteen schijnen te lopen, tot twee verschillende woorden te rekenen; men kan uitgaan van iets dat ineengedrukt is en dan in afgeleide bet. ‘een kort stuk hout, dat tot steun dient’ (vgl. ook J. H. van Lessen Ts 66, 1949, 119-134 met iets andere bet.-ontwikkeling). — Er bestaat een zeker parallellisme tussen prop en pop, waarvan de grondbet. ook is ‘ineengedraaide vlasbundel’ en men zou daaruit kunnen besluiten, dat prop met een r-emphaticum (zie J. de Vries, Mélanges Mossé 1960, 467 vlgg., waar dit woord toe te voegen zou zijn) uit pop gevormd is. — > russ. próbka als scheepsterm (in de 18de eeuw prob, vgl. R. v. d. Meulen, Verh. AW Amsterdam 66, 2, 1959, 72).

Een geheel ander woord is echter ohd. pfrofa v., pfropfo, pfroffo ‘entrijs’ < lat. propago.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

prop znw., mnl. prop(pe) (v.m.?) “prop (vooral voor een schiet-wapen)”, bij Kil. ook “steun, stut”. = mnd. prop, proppe m. “prop, wat ergens in gestopt wordt” (waarnaar nhd. pfropfen m. dezelfde bet. heeft aangenomen), eng. prop “stut, steun”. Ohd. pfrofa v., *pfropfo m. of -a v. “entrijs, stek” (waarvan ’t ww. mhd. nhd. pfropfen) wordt uit lat. prō̆pâgo “id.” afgeleid, maar ’t is aannemelijker, dat het met prop verwant of zelfs identisch is en van een basis pru-p- > idg. bru-b- “insteken” komt, die uit de bij priem besproken basis bru- verlengd kan zijn. Teuth. proffen “comprimere, refertire, repastinare, (wijnstock p.) fodere” kan een oorspr. hd. vorm zijn. Vgl. nog hd. dial. prumpfen “proppen”, zw. dial. primpa “zich volproppen”, jonge vormen, die bij de woordfamilie van prop en bij die van pram gevormd kunnen zijn.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

prop. Ohd. pfrofa ‘entrijs, stek’ zal wel uit lat. prō̆pâgo ontleend zijn (vgl. ontleningen op hetzelfde gebied bij enten en Frings Germ. Rom. 701). Toch gaat het niet aan ook de in dit art. genoemde mnl. mnd. woorden zonder deze technische betekenis op een lat. grondwoord te herleiden. Wellicht zijn een ospr. germ. en een aan het Lat. ontleend woord dooreengelopen (vgl. poot II Suppl.).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

prop v., + Ndd. proppe, Hgd. pfropfen, Eng. prop; hierbij met nasal. dial. Hgd. prumpfen = proppen, Ndd. prampen = drukken, dial. Zw. primpa = zich volproppen; misschien bij prangen en praam 1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

frop, zn.: groen zaadappeltje van elzenhout (voor de proppenschieter). Dial. vorm van prop, door wisseling pr/fr (vgl. frul, Wvl. prut/frut).

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

prop s.nw.
1. Voorwerp wat 'n opening opvul of afsluit. 2. Saamgedrukte massa wat 'n opening verstop. 3. Elektriese kragpunt.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. prop (al Mnl). Bet. 3 is 'n leenbetekenis van Eng. plug (1883).

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

prop bn., propvol. De zaal was prop.

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

propje In 1862 voor het eerst gevonden, in een studie over het dialect van Dordrecht. Men sprak daar indertijd van een propje schieten voor ‘een borreltje nemen’. Een uitbreiding van deze zegswijze is te vinden in een verzameling spreekwoorden die P.J. Harrebomée in 1874 publiceerde onder het doorzichtige pseudoniem A.E.B. Herroem. Hij vermeldt zowel hij kan een aardig propje schieten als hij gaat voor de koude voeten een propje schieten. Bij deze laatste uitdrukking geeft hij als toelichting:

Een propje schieten is een term voor een borrel drinken; omdat proppen zooveel zegt als stoppen of stouwen, en zóó handelt nathals met den borrel.

Het is overigens zeer de vraag of Harrebomée het bij het rechte eind had (hij zat er vaak naast). Vooral door de combinatie met schieten, moet bij propje waarschijnlijk simpelweg worden gedacht een schertsende toepassing van de betekenis ‘balletje van samendrukbaar materiaal’. De dronkeman tikte een borreltje weg zoals een ander een propje papier wegpiekt, zal men gedacht hebben. Men sprak later overigens ook van prop en van een propje nemen. Zeker is dat propje een eufemisme is, een van de vele borrelnamen die de nadruk legt op de kleinheid van het borreltje.
In de tweede helft van de 19de eeuw waren prop, propje, proppie en propke zeer gangbaar. De drankwet van 1881 is wel de proppieswet genoemd en omstreeks diezelfde tijd werd propje vereeuwigd in een straatliedje getiteld ‘Propjes drinken is mijn leus’. Het eerste couplet luidt:

Wat is het leven hier op aard
Als men niet drinken kan,
Dan was het leven weinig waard.
Hetzij voor vrouw of man,
Kom ik des Zaterdags van me baas,
Met een half suffe kop
En kijk ik dan me weekgeld na,
Dan is het voor een prop.
Want proppen drinken is mijn leus,
Dat kun je wel zien aan mijn neus.

Het lied eindigt met een boodschap:

Een enkele borrel kan geen kwaad,
Maar houd immer uwe maat.
Leve de klare van Schiedam
Liever een borrel dan een boterham.

Prop werd in het Maleis overgenomen als perop. Van Dale vermeldt de borrelnaam sinds 1898. Het Engels kent het vergelijkbare wad ‘propje papier’, voor ‘klein slokje sterke drank’.

[Endt 116; Graaf; Herroem 98; Hoekstra 42; Oemar 6; Ritter 72; Stoett 2:83; Taalgids 4:41; WFT prop; WNT XII2 4458, 4462]

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

prop ‘bal, stop, plug’ -> Engels prop ‘stop, plug, kurk; Bargoens: dasspeld, juweel’ (uit Nederlands of Nederduits); Schots prop ‘stop, wig’; Deens prop ‘kurk voor fles, veiligheidsstop; dik persoon’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors propp ‘stop, plug’; Zweeds propp ‘stop, plug’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins proppu ‘bal, stop, plug; prop; zekering, stop’ ; Pools propek ‘kurk, stop’ (uit Nederlands of Duits); Russisch próbka ‘kurk, stop’; Oekraïens próbka ‘stopsel’ ; Wit-Russisch próbka ‘kurk, stop’ ; Indonesisch perop, prop ‘kurk van fles; stop van stopfles’; Ambons-Maleis prop ‘kurk’; Kupang-Maleis prop ‘kurk’; Menadonees prop ‘kurk’; Ternataans-Maleis prop ‘kurk’; Creools-Portugees (Ceylon) prop ‘kurk’; Singalees poroppa-ya ‘stop’; Japans † horoppu ‘bal, stop, plug’; Papiaments pròp ‘ineengeduwd papier’; Sranantongo prop ‘samengeknepen bal; propvol’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

prop* bal 1420 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut