Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

prompt - (vlot)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

prompt bn. ‘vlot, snel, stipt, precies’
Mnl. alleen het bw. promptelike ‘vlug, vaardig’ in penninghen promptelic fineren ‘snel geld opnemen’ [1485-91; MNW]; vnnl. prompt ‘in orde, deugdelijk’ in cedullen ... off ander prompt betoech ‘certificaten of een ander deugdelijk bewijsstuk’ [1524; WNT zonderling I], ‘stipt’ in bij gebreecke van prompte betalinge [1619; WNT wijzen], ‘snel, vlot’ in prompt afdoen [1631; WNT Aanv. afdoen].
Ontleend, misschien via geschreven Frans prompt ‘vlug, vlot’ [1485; TLF], ouder prons ‘geneigd, gereed (om te)’ [1174; TLF], aan Latijn prōmptus ‘gereed, vlug; zichtbaar, beschikbaar’, verl.deelw. van prōmere ‘tevoorschijn brengen, onthullen’, dat met het voorvoegsel prō- ‘vooruit, voor’, zie → pro-, is afgeleid van het ww. emere ‘nemen, kopen, zich verschaffen’; zie ook → consumeren.
Latijn emere is verwant met Litouws im̃ti ‘nemen’; Oudkerkslavisch imǫ ‘ik neem’, Oudiers -eim- ‘hij neemt’; < pie. *h1em-e/o- (IEW 310).
Uit prompt ontstond door reductie en assimilatie van de cluster mpt > nt ook de vorm pront [1635; WNT]. Dit woord kreeg naast de betekenis ‘vlot, snel’ ook de betekenissen ‘netjes, goed’, ‘wakker, monter’ en ‘trots’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

prompt [vlot] {1548, vgl. promptelike [gereed, waardig, vlug] 1485-1491} < frans prompt < latijn promptus [gereed, vlug, vastbesloten], eig. het verl. deelw. van promere [voor de dag halen, onthullen], van pro [voor] + emere [nemen].

pront [vlot] {1635} vervormd uit prompt.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

prompt bnw., reeds 1490 bekend als bijw. promptelike < fra. prompt (sedert de 14de eeuw) < lat. promptus ‘bij de hand, gereed’.

pront bnw., latere vervorming van prompt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

prompt bnw., reeds 1490 ’t bijw. promptelîke. Uit fr. prompt of lat. promptus “vaardig, bij de hand”.

pront. = prompt.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pront bijv., uit Fr. prompt, van Lat. promptus (-us) = vooruitgedreven, bij de hand, v.d. van promere = vooruitdrijven (*pro-emere: z. voor en nemen).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

prompt (Frans prompt)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

prompt ‘vlot’ -> Sranantongo prontu ‘vlot’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

prompt vlot 1548 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut