Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

proleet - (hufter)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

prol2 [hufter] {1926-1950} verkort uit proleet.

proleet [hufter] {1897} < hoogduits Prolet, afgeleid van proletariër.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

prol 2 znw. m., sedert eind der 19de eeuw verkorting, waarschijnlijk in de studententaal, van proleet, dat zelf weer overgenomen is < nhd. prolet, een verkorting van proletariër < lat. prōlētārius ‘burger, die alleen door zijn kinderen (prōlēs) de staat van nut is’, sedert de Saint-Simonisten kreeg het woord zijn huidige politieke inhoud.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

prol, proleet: onbeschaafd persoon; iemand met grof gedrag. Een afleiding van proletariër, dat van het Latijnse proletarius komt: oorspronkelijk bij de Romeinen een bezitloze; iemand die alleen goed genoeg was om rekruten te produceren. Onder studenten hoor je wel eens het scheldwoord vuile zaadproleet. Van Nierop (deel II) vermeldt prollig. In de hedendaagse jeugdtaal vaak verbasterd tot prolo (zie Hoppenbrouwers), een term die ook Franstaligen gebruiken. Studenten hebben het wel eens over een proletensigaar: een goedkope sigaar van zo slechte kwaliteit dat men ervan moet overgeven. Andere samenstellingen zijn: burgerprol, tandenprol, zakenprol enz.

Gu Versing ontnam haar de theepot en hielp haar kopjes uitzetten met die bestudeerde en welbewuste hoffelijkheid, die haar altijd zo vermoeide, de hoffelijkheid van een jongen, die zichzelf ziet hoffelijk zijn en zichzelf dan goedkeurend toeknikt omdat hoffelijkheid tot beschaving behoort en de student tegelijk correct en intellectueel is, boven de ‘veebonk’ en de ‘tandenprol’ zo goed als boven de kantoorvlerk en de schoolfrik onmiskenbaar verheft. (Uit het leven van een denkende vrouw. Door Justine Abbing, pseudoniem van Carry van Bruggen. 1e druk 1920. Herdruk 1985)
‘Proleten!’ ontplofte mevrouw woedend. ‘In welke achterbuurt horen jullie thuis?’ (Willem van Iependaal, Lord Zeepsop, 1937)
‘Wat moet je een prol zijn om zóó jong drieduizend gulden op de bank te hebben‘, zei Bob. (Willem W.Waterman, Wie zei dat je in dezen tijd niet kon lachen? 1944)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

proleet (Duits Prolet)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

prol hufter 1949 [WNT prol IV]

proleet hufter 1897 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut