Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

projector - (projectietoestel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

projector [projectietoestel] {na 1950} gevormd van latijn proicere (verl. deelw. proiectum) [vooruitwerpen], van pro [vóór] + iacere (in samenstellingen -jicere) [werpen].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

projektor s.nw.
Toestel om films en skyfies mee te projekteer.
Uit Eng. projector (1884).
Eng. projector is gevorm op basis van Latyn proicere 'vooruitwerp' en die Latynse uitgang -or.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

projector (modern Latijn proiector)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Projector (→ projectie). Toestel voor het projecteren van plaatwerken of andere ondoorzichtige voorwerpen (epi-projectie; → episcoop), doorzichtige plaatjes of films (dia-projectie; diascoop) of voor beide (epi-dia-projectie; → epidiascoop).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

projector projectietoestel 1943 [Aanv WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal