Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

privé - (particulier)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

privé [particulier] {prive(e) [persoonlijk, geheim] 1512} < frans privé < latijn privatus (vgl. privaat2).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

priewie: – (minder gew.) priebie en priemie – , gemak(s)huisie, latrine, privaat, sekreet; Ndl. privé (uit Ofr. privé) sedert 16e eeu in bet. “persoonlik, privaat” (soos by vRieb “in het privé alleen”), maar reeds in Mnl. privaet/priveye, soos privaet by Kil, in bet. “latrine, sekreet”, tot in 19e eeu op skepe gebr. en in S.A. misk. behou onder invl. v. Eng. privy.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

privé particulier 1512 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut