Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

prior - (kloosteroverste)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

prior zn. ‘kloosteroverste’
Mnl. prior, priore ‘overste in mannenklooster, functionaris onder de abt’ in die prior end di abbet ‘de prior en de abt’ [1220-40; VMNW], din prioer ‘uw prior’ [1265; VMNW], prior in en cloister [1477; Teuth.]; vnnl. prioor ‘leider, kloosteroverste’ [1567; Nomenclator Coenobiarcha].
Ontleend aan christelijk Laatlatijn prior ‘hoogste functionaris, kloosteroverste’, zelfstandig gebruik van klassiek Latijn prior ‘eerder, meer naar voren, hoger’, de vergrotende trap van Oudlatijn prī ‘voor’, dat verwant is met Latijn prae ‘voor’, zie → pre-. Zie ook → a priori.
De variant prioor, die al in het Vroegnieuwnederlands en zeker nog tot in de 19e eeuw voorkomt (MNW), is volgens MNW en WNT ontleend via Frans prieur ‘kloosteroverste’, ouder ook priore en priur ‘kloosteroverste’ [begin 12e eeuw; TLF], dat zelf ook ontleend is aan Laatlatijn prior.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

prior [kloosteroverste] {prior(e) 1265-1270} < latijn prior, vergrotende trap van primus [de voorste, hoger staande, beter, in chr. lat. ook: superieur, abt, prior].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

prior kloosteroverste 1265-1270 [CG Lut.K] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut