Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

prijzen - (loven)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

prijzen 2 ww. ‘loven’
Mnl. prisen ‘belang hechten aan, waarderen’ in lottel prisen ‘weinig waarde hechten aan’ [1240; Bern.], ‘roemen, loven’ in wat geschit es derre nonnen die ic ... gepriset hebbe ‘wat er geschied is met de non over wie ik lovend gesproken heb’ [1265-70; VMNW], ‘de prijs bepalen’ in priesden ende satten vp .x. mark ‘taxeerden en vaststelden op 10 mark’ [1277; VMNW]; vnnl. prijsen ‘roemen, loven, eren’ in elck prijsde Sijn Goddelijcke macht ‘allen bewezen eer aan Gods macht’ [ca. 1540; WNT], ‘taxeren, keuren, schatten’ [1599; Kil.].
Ontleend aan Frans priser ‘waarderen, op prijs stellen’, ouder preiser ‘schatten, de waarde bepalen’ en ‘waarde hechten aan, belangrijk vinden’ [beide ca. 1100; TLF], ontwikkeld uit Laatlatijn pretiare ‘waarderen, prijzen’, een afleiding van klassiek Latijn pretium ‘prijs, waarde, koopsom, beloning’, zie → prijs.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

prijzen [op waarde schatten] {pri(e)sen, pre(i)sen [schatten, taxeren, prijzen] 1201-1250} < oudfrans preiser, prisier, priser (frans priser) < middeleeuws latijn pretiare [idem], van latijn pretium [prijs].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

prijzen 1 sterk ww., mnl. prîsen, priesen st. en zw. ww. ‘schatten, waard schatten, roemen, aanprijzen’, mnd. prīsen ‘de prijs vaststellen, taxeren, eren’ ( > laat-on. prīsa ‘eren, prijzen’), mhd. prīsen ‘de prijs geven, prijzen, verheerlijken’ (nhd. preisen), ne. prize ‘schatten, waarderen’ < ofra. prisier (nfra. priser), ‘schatten, waard schatten’ < vulg. lat. *prētiāre afgeleid van lat. prētium ‘prijs’. — Daarentegen stamt ne. praise < ofra. preisier). — Zie: prijs 1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

prijzen ww., mnl. prîsen “de waarde bepalen, taxeeren, schatten, prijzen, roemen”. = mhd. prîsen “den prijs geven, prijzen, verheerlijken” (nhd. preisen), mnd. prîsen “den prijs vaststellen, taxeeren, eeren” (> laat-on. prîsa “eeren, prijzen”), eng. to prize “schatten, waardeeren”. < ofr. prisier (fr. priser) “id.”, van ofr. pris “waarde, prijs”. Eng. to praise uit den ouderen ofr. vorm preisier.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

prijzen. Mhd. prîsen ook = ‘beoordelen’. — De sterke vervoeging begint reeds mnl. mnd. mhd. naast de zwakke op te komen; het zwakke nnl. prijzen is een jonge vorming bij prijs.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

prijzen o.w., Mnl. prisen, gelijk Hgd. preisen, Eng. to prise, naar Fr. priser, denom. van prix: z. prijs 1. Was in ʼt Mnl. nog zwak.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

prys II: lof toebring, loof, roem, verheerlik; Ndl. prijzen (Mnl. prīsen/priesen, “waarde skat; roem”), Hd. preisen, Eng. prize, via Ofr. prisier (Fr. priser) uit ’n Ll. ww. wat verb. hou m. Lat. prētium (v. prys I) – Eng. praise egter via Ofr. preisier uit Ll. preciare, “waardeer”, vgl. Eng. appreciate. By prys II tans ook ’n neol. ww. prys, “iets van ’n prysaanduiding voorsien”, ook Ndl. prijzen.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

prijzen (Oudfrans prisier)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

prijzen ‘op waarde schatten; roemen’ -> Deens prise ‘op waarde schatten; roemen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors prise ‘op waarde schatten; roemen’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands prijs, pries ‘op waarde schatten; roemen’; Sranantongo prèis ‘op waarde schatten; roemen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

prijzen op waarde schatten 1240 [Bern.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut