Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

prepositie - (prepositie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

voorzetsel zn. ‘prepositie’
Vnnl. voorzetting ‘voorzetsel of voorvoegsel’ in Voorzettinghen, als die voor de ander delen ghezet worden ...: dees staan lós ófte anghehecht ... de lósse zyn deze; tót, by, voor, ... de vólghende komen nimmermeer lós zynde ... be, ver, her ... [1584; Twe-spraack], losse ofte Gekoppelde voorzettingen ‘voorzetsels of voorvoegsels’ [1625; Van Heule], Scheidelijke voor-zetsels ... On-scheidelijke Voorzetsels ‘id.’ [1649; Kók].
Gevormd uit → voor 1 en de stam van → zetten met het achtervoegsel → -sel, als leenvertaling van Latijn praepositiō, uit prae- ‘voor’, zie → pre-, en positiō ‘plaatsing’, zie → positie.
In de klassieke grammatica's worden voorzetsels en voorvoegsels op één lijn gezet, onder de noemer praepositio; beide woordcategorieën werden door Nederlandse grammatici aanvankelijk op dezelfde wijze vertaald, zoals in het citaat uit 1584. De opkomende zinsleer bracht op deze punten in de 18e eeuw meer helderheid in de terminologie: de term voorzetsel werd daarbij gereserveerd voor de onbuigbare woorden die een zinsdeel inleiden en daarmee een relatie tussen dat zinsdeel en een of meer andere zinsdelen/elementen aanbrengen, terwijl → voorvoegsel als nieuwe term werd ingevoerd voor het onzelfstandig taalelement dat vooraan het grondwoord wordt toegevoegd ter vorming van een nieuw woord. Naar analogie van voorzetsel werd ook het antoniem achterzetsel gevormd.
Lit.: Ruijsendaal 1989

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

prepositie [voorzetsel] {praepositien (mv.) 1548} < latijn praepositio [het vooraan plaatsen, voorzetsel], van praeponere (verl. deelw. praepositum) [vooraan stellen], van prae [voor] + ponere [plaatsen]. De nl. vertaling voorzetsel heeft de oudere vormen voorstellich {1568} en voorzetting {1584} verdrongen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

prepositie ‘voorzetsel’ -> Indonesisch préposisi ‘voorzetsel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

prepositie voorzetsel 1548 [WNT mits] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut