Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

prak - (fijngemaakt, gemengd eten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

prakken ww. (NN) ‘eten met een vork fijnmaken’
Nnl. prakken ‘Het eten fijn maken en dooreenmengen’ in Hij prakt alles door malkander, maakt prakmoes [1871; WNT].
Klankexpressief woord.
Nnd. prakken ‘persen, drukken’.
prakje zn. (NN) ‘fijngemaakte, overgebleven portie eten’. Nnl. zoô'n lekkər prakkie [1896; iWNT], prakje [1908; iWNT]. Afleiding van prakken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

prak znw. m. ‘door elkaar gestampt eten, kliekje’, in het gron. ook ‘verwarde massa, pruik haar’. — Verbaalnomen bij prakken.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

prak ‘fijngemaakt, gemengd eten’ -> Negerhollands prak ‘voedsel’; Creools-Engels (Maagdeneilanden) prak ‘eten’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut