Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

potentie - (macht)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

potentie [macht, seksueel vermogen] {1565 in de betekenis ‘macht’; de betekenis ‘seksueel vermogen’ 1855} < latijn potentia [kracht, macht], van potens (2e nv. potentis), teg. deelw. van posse, (< potesse) [vermogen, kunnen] (vgl. potent).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

potentie ‘macht, vermogen’ -> Indonesisch poténsi ‘macht, vermogen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

potentie macht 1540 [WNT Bijv.+verb.] <Latijn

potentie seksueel vermogen 1855 [KKU] <modern Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut