Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

potas - (scheikundig element)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kalium zn. ‘scheikundig element (K)’
Nnl. kalium [1847; Kramers], daarnaast kali ‘kaliumcarbonaat, grondstof voor de productie van kalium’ [1856; WNT Supp. alkali]. In de geïsoleerde vindplaats Kali ‘plantenmateriaal waaruit potas wordt bereid’ [1608; Dodonaeus] is de betekenis niet ‘kalium’ of ‘kaliumcarbonaat’, maar ‘potas’, zie → alkali.
Ontleend aan Neolatijn kalium, in 1809 als naam voor het zuivere element voorgesteld door de Duitse scheikundige Ludwig Wilhelm Gilbert (1769-1824). Het is gevormd met het achtervoegsel -ium, zoals in de meeste wetenschappelijke elementnamen, bij het al in 1797 door de Duitse scheikundige Martin Heinrich Klaproth (1743-1817) voorgestelde woord kali ‘plantaardige potas’. Dit woord kali was gevormd op basis van alkali ‘potas’, een woord dat al bekend was bij de middeleeuwse theoloog Albertus Magnus (ca. 1200-1280), die zich ook met alchemie bezighield, en dat ontleend is aan Arabisch al-qalī ‘de potas uit zeewier’, letterlijk ‘het geroosterde’, en gevormd uit het lidwoord al en een zn. bij het werkwoord qalāj ‘roosteren, koken’, verwant met Hebreeuws qālāḥ ‘id.’, Aramees qelā́ ‘verbranden’, Akkadisch qalū ‘(ver)branden’.
Alkali of potas of soda (zie → soda) waren in het verleden handelsnamen voor een belangrijke grondstof met vele doeleinden. De naam hing in de praktijk wrsch. vooral af van de ingrediënten, de herkomst en het gebruiksdoel. De stof werd verkregen door het logen en drogen van verbrand organisch materiaal en werd bewaard in potten om het droog te houden. Vandaar de naam potas, samengesteld uit → pot 1 ‘vaatwerk’ en → as 2 ‘verbrandingsrest’, met als oudste attestaties: potasschen (mv.) [1447; MNW weedassche], potasch [1615; WNT]. Het woord potas is uit het Nederlands ontleend of via leenvertaling overgenomen in vele talen, bijv. Zweeds pottaska [1546; SAOB], Frans potasse [1577; Rey], Engels potash [1648; OED], Duits Pottasche [1716; Kluge21], Italiaans potassa, Russisch potáš [1667; van der Meulen 1959], Deens potaske, Fins potaska.
Tot in de 18e eeuw kende men geen verschil tussen soda (natriumcarbonaat, Na2CO3) en potas (kaliumcarbonaat, K2CO3). Klaproth maakte als eerste het chemische verschil tussen beide stoffen en noemde de minerale potas natron (zie → natrium) en de zuivere plantaardige potas kali. In Engeland bleef men de voorkeur geven aan de namen soda en potash. Toen de Britse scheikundige Sir Humphry Davy (1778-1829) in 1807 voor het eerst de elementen natrium en kalium isoleerde, noemde hij deze resp. sodium en potassium. Dit zijn tot op heden de gewone Engelse namen. Potassium is ontleend door de Romaanse en enkele andere talen, bijv. Spaans potasio, Frans potassium, Pools potas, Turks potasyum, Arabisch būtāsiyūm.
Lit.: Van der Sijs 1998, 140-146

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

potas* [kaliumcarbonaat] {potasschen 1447, potasch 1615} een oorspr. nl. woord met de betekenis ‘as uit de pot’, omdat de as in een pot werd bereid of bewaard. Het woord maakte internationaal school: frans potasse, italiaans potassa, engels potash, etc.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

potas znw., v., sedert Kiliaen, die omschrijft vulgo ollares, quod in ollis et vasis fictilibus asserventur. Het loogzout werd daardoor gewonnen, dat men gebrande delen van planten in een pot kookte. — Uit het nnl. stammen nhd. pottasche (sedert 1716), ne. potash (sedert 1648), verder nde. potaske, zw. pottaska en russ. potáš.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

potasch znw., sedert Kil. Deze geeft de wsch. juiste etymologie: “vulgo ollares: quod ín ollis et vasis fictilibus asserventur”. Wsch. uit ’t Ndl. de later dan hier voorkomende woorden: hd. pottasche v. (sedert begin 18. eeuw), eng. potash (sedert 1648: mv. pot-ashes), de. potaske, zw. pottaska, fr. potasse, it. potassa.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

potasch v., + Hgd. pottasche, Eng. potash: asch van in potten gebrande planten; vergel. Hgd. kesselasche. Uit Ndl. komt Fr. potasse.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

pot’as (de) joodkali-oplossing voor medisch gebruik. - Etym.: AN p. is een andere verbinding van ’potassium’ (kalium), nl. kaliumcarbonaat.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (1998), Geleend en uitgeleend: Nederlandse woorden in andere talen en andersom, Amsterdam

potas

Het Nederlandse woord potas als benaming voor een bepaald soort plantenas is door vele talen geleend, vergelijk Duits Pottasche, Engels potash, Frans potasse, Russisch potaš, Zweeds pottaska, Fins potaska. Potas is dus een internationaal woord geworden. Hoe komt dat? Voordat we die vraag kunnen beantwoorden, moeten we eerst meer weten over de functie van plantenas in het algemeen en potas in het bijzonder.

Al in de Oudheid was het nut van plantenas bekend. As werd voor verschillende doeleinden gebruikt. Reeds voor de jaartelling gebruikten de volkeren in het Midden-Oosten plantenas als meststof. In plantenas zit namelijk veel kalium, een element dat de plant nodig heeft voor onder andere de regulering van de vochthuishouding. In de Lage Landen zal het gebruik van plantenas als meststof echter beperkt zijn geweest, want deze toepassing wordt in vrijwel geen enkel (technisch) woordenboek vermeld. Dát potas als mest gebruikt werd, is echter wel zeker, want Egbert Buys zegt in zijn Nieuw en volkomen Woordenboek van Konsten en Weetenschappen (1769-1778): ‘Het geene by het Pot-Asch maaken overblyft, is zeer goed om het Land te mesten’.

As werd in het verleden voor meer doeleinden gebruikt; het was dan ook een belangrijk handelsartikel. De Technische Winkler Prins uit 1953 noemt het gebruik van as in de zeep- en glasindustrie, en in de textielindustrie bij het wassen en verven. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt nog dat plantenas gebruikt werd als huismiddel tegen kiespijn of een zwerende vinger, bij het bepalen van het goud- en zilvergehalte, het vervaardigen van springstoffen en het ontwikkelen van fotografische platen. Het gebruik in deze industrieën dateert van na de Middeleeuwen, en aangezien het woord potas aan het eind van de Middeleeuwen opkwam en al snel werd uitgeleend, beperken wij ons hier tot het gebruik van as in die periode.

Het Woordenboek der zuivere en toegepaste Scheikunde van Van Tricht en Woltersom (1856-1870) verklaart onder het lemma asch de werking van plantenas: levende planten bevatten alkalische (basische) zouten van organische zuren en metaaloxiden. Bij de verbranding van planten blijft een vuurbestendig residu over, een mengsel van anorganische verbindingen die de plant uit de grond heeft opgenomen, waaronder alkalische stoffen. De samenstelling van de as is afhankelijk van de plantensoort en de bodem waarop de plant is gegroeid. De verbindingen die in de as voorkomen, zijn overigens niet precies dezelfde als die in de levende plant voorkwamen, want door de hoge temperatuur bij verbranding worden bestaande verbindingen omgezet in andere. In de verf-, glas- en zeepbereiding voegde men as toe aan andere ingrediënten. Bestanddelen van de as gingen hierbij een chemische reactie aan met de stoffen waaraan ze toegevoegd werden. De chemische reacties die hierbij optreden, kende men in de Middeleeuwen nog niet en ze zijn voor ons verhaal ook niet van belang; zeker is, dat men vroeger wel degelijk het resultaat van de reacties opmerkte, en ook experimenteerde om betere resultaten te verkrijgen.

In zijn dissertatie De ontwikkeling der Noord-Nederlandsche textielververij van de veertiende tot de achttiende eeuw uit 1937 geeft W.L.J. de Nie een gedetailleerde beschrijving van de rol van plantenas in de middeleeuwse textielververij. Bij het verven werd het textiel ondergedompeld in een verfbad. Blauwverven was de meest gebruikte methode, al was het maar omdat een blauwe ondergrond voor vrijwel alle ‘echte’ kleuren nodig was. Blauwverven geschiedde oorspronkelijk door middel van wede (later gebruikte men indigo). Deze plant, die niet in de Lage Landen groeide, werd in de Middeleeuwen op grote schaal en tegen hoge prijs ingevoerd. De wede onderging een ingewikkeld proces van drogen, gisten en opnieuw drogen. Om het textiel in de wedekuip blauw te verven, deed men het in een mengsel van water, wede en as, dat men op het vuur verwarmde en af en toe omroerde. Door de alkalische stoffen in de as deed zich een chemische reactie voor, waarbij de kleurstof zich vastzette aan de stof. Het principe was identiek wanneer men in andere kleuren wilde verven, alleen gebruikte men dan andere planten: voor rood vooral meekrap, voor geel vooral wouw.

Het gebruik van as in de zeepbereiding is vergelijkbaar met dat in de textielververij. Zeep werd gemaakt door vetten in water te koken en as aan het mengsel toe te voegen. Terwijl het water verdampt, gaan de alkalische stoffen in de as een chemische reactie aan met de vetten en zie daar! er is zeep. Afhankelijk van de soorten vetten, oliën en assoorten die bij het zeepzieden gebruikt werden, kreeg men zeep in soorten en maten: van wit tot zwart, van huishoudzeep tot geparfumeerde zeep. De Germanen kenden de bereiding van zeep uit talg, as en plantensappen al heel lang, want Plinius (23/24 - 79 na Chr.) maakt er reeds melding van. De Germanen gebruikten de zeep overigens niet als wasmiddel, maar om hun haren rood te verven — wat vooral mannen deden. Het Germaanse woord voor zeep is verwant met sijpelen — de zeep was namelijk oorspronkelijk een vloeibaar wasmiddel. De Romeinen namen het Germaanse woord voor zeep over als sapo, wat in het Frans savon is geworden. Ook de Finnen hebben het Germaanse woord overgenomen, en wel als saippua.

In de Romeinse tijd leerden de Germanen vele technieken van de Romeinen, waaronder die van de glasbereiding. In de Middeleeuwen gebruikte men hiervoor als basisingrediënten zand en alkalische stoffen (as), die sterk verhit werden. De kwaliteit van het glas was afhankelijk van de mate waarin het zand fijngemaakt en de as gezuiverd was.

In de Middeleeuwen werden verschillende soorten as gebruikt. De eenvoudigste as was volgens de al genoemde De Nie de as van verbrande bomen. Deze as bevatte veel onoplosbare stoffen en maar weinig oplosbare alkalisch reagerende zouten. Daarom gebruikte men ook meer gereinigde producten, waarvan het belangrijkste weedas was. Waarschijnlijk was weedas (eigenlijk ‘as gebruikt door weedververs’) een houtas die met een loogoplossing begoten werd en daarna gecalcineerd (verkalkt), waardoor een product ontstond dat niet gemakkelijk oploste, maar meer oplosbare zouten bevatte dan gewone houtas. Er bestonden verschillende soorten weedas, waarbij de beste as kwam van de hardste houtsoorten.

Een nog zuiverder assoort was de potas. Bij de bereiding van potas voegde men tijdens het indampen van de houtasloog (het mengsel van houtas en water) geen as meer toe, zodat het drooggedampte product, een wit poeder, geheel oplosbaar was in water. De bereiding en verzending ervan was moeilijker dan van weedas, omdat potas aan de lucht vervloeit. Metz, die in 1937 een woordenboek voor praktische kennis getiteld Woordverklaring het licht deed zien, verklaarde voor de leek: ‘Vroeger verkreeg men potasch uitsluitend uit houtasch, die men met heet water uitloogde. De loog werd dan ingedampt, de droge rest werd gebrand en men verkreeg dan watervrije potasch, die men in gesloten potten in den handel bracht, waarin ze droog bleef.’ Met de huidige chemische kennis weten we, dat de aldus verkregen potas een ruwe vorm van kaliumcarbonaat is.

Potas werd aanvankelijk in de meervoudsvorm genoemd, bijvoorbeeld door Kiliaan in 1588: ‘Pot-asschen. Cineres smegmatici, smectici [...], saponarij: cineres condititij [...] vulgò ollares: quòd in ollis

vasis fictilibus asseruentur, ne liquescentes effluant’, dus ‘schoonmakende, reinigende assen [...] zeepachtig: bewaar-assen [...] gewoonlijk potassen [genoemd], omdat ze in potten en vaten worden bewaard om te voorkomen dat ze in vloeibare toestand wegstromen’. De oudste vindplaats die ik voor potasschen gevonden heb, is van 1447. De enkelvoudsvorm potas vinden we vanaf 1615.

Het is duidelijk dat potas een samenstelling is van pot en as. Maar waarom heet de as zo? Hierover bestaan twee tegenstrijdige opvattingen. Volgens de ene verklaring dankt de as haar naam aan het feit dat ze in potten bewaard werd, volgens de andere omdat ze in potten bereid werd. De verklaring uit de bewaarwijze gaat ongetwijfeld terug op het bovengenoemde citaat van Kiliaan en is door alle Nederlandse etymologische woordenboeken overgenomen.

De verklaring uit de bereidingswijze vindt haar aanhangers vooral in buitenlandse etymologische woordenboeken, maar ook de Technische Winkler Prins geeft haar: ‘De naam potas is afkomstig van de vroegere bereidingen, waarbij hout of plantenresten in potten werden verbrand en de as met water werd uitgetrokken.’

Zoals al gemeld, is potas een internationaal woord geworden. Sommige talen hebben het direct van ons overgenomen, andere hebben het geleend via het Duits, maar de ontleningsweg is slechts zelden aan de vorm te zien. In het Zweeds vinden we opvallend vroeg pottaska, namelijk al in 1546. Fins potaska is hieraan ontleend — interessant genoeg heeft het woord in het Fins ook een overdrachtelijke betekenis gekregen: puhua potaskaa betekent ‘onzin verkopen’! In het Frans is in 1577 de vorm pottas gevonden in Luik; de huidige vorm potasse dateert van 1690. In het Engels komt potash voor sinds 1648, aanvankelijk in een meervoudsvorm; de eerste vindplaats was overigens het Nederlands-Engelse woordenboek van Hexham. Het Russisch potaš is in 1660 gevonden. In het Duits bestaat Pottasche vanaf begin achttiende eeuw, de eerste vermelding is in het Duits-Engelse lexicon van Ludwig uit 1716. Het Italiaanse potassa dateert van 1795 en ook Portugees potassa is pas in de achttiende eeuw genoteerd. Geen dateringen heb ik kunnen vinden voor Deens potaske, Pools potaż, Spaans potasa en Tsjechisch potaš.

De vraag waarmee ik dit stuk begon, was waarom de Nederlandse naam potas een internationaal woord geworden is. Wanneer een woord internationaal wordt, komt dat meestal doordat het woord, met de zaak, in een bepaald land bedacht is (denk aan het bekende gas, dat in de eerste helft van de zeventiende eeuw door de Brusselaar Van Helmont is gevormd op grond van Grieks chaos), of doordat de zaak op grote schaal door een bepaald land is verhandeld of geëxporteerd (zo is het Spaanse woord ancho(v)a in de Nederlandse vorm ansjovis overgenomen door het Duits als Anschovis en door het Russisch als ančous). Geen enkele bron geeft enige indicatie welke van deze mogelijkheden gold voor de potas.

Voorzover ik heb kunnen nagaan, heeft er in de Nederlanden nooit een grote potasindustrie bestaan en hebben de Nederlanden nooit op grote schaal potas geëxporteerd. Begin negentiende eeuw werden er enkele ‘Pot-asch-makerijen’ in Groningen opgericht, maar de industrie gaf de voorkeur aan buitenlandse potas ‘oordeelende deze ruim zoo krachtig te zijn’, volgens Jan Kops in zijn Magazijn van Vaderlandschen Landbouw uit 1810. Het meest waarschijnlijk lijkt dan ook, dat het procédé voor de bereiding van potas in de Nederlanden is uitgevonden. In de vijftiende eeuw was de belangrijkste industrie van de Lage Landen de textielindustrie, met als onderdeel daarvan de textielververij. Binnen de ververij speelde as, zoals we gezien hebben, een belangrijke rol. Men experimenteerde voortdurend met de basisingrediënten, om zo een beter product te kunnen leveren. Het is heel goed denkbaar dat tijdens deze experimenten de verbeterde vorm van weedas, namelijk potas, uitgevonden werd. Vervolgens werd het product op kleine schaal geëxporteerd naar andere landen. Tevens kan het bekend geworden zijn via boeken: De Nie noemt een groot aantal vertalingen van Nederlandse werken over het textielverven in andere talen.

Omdat voor de bereiding van potas veel hout nodig was — ‘waar door de bosschen zeer vermindert worden’, aldus het Algemeen huishoudelijk, natuur-, zedekundig en konstwoordenboek van Noël Chomel uit 1778 (er is niets nieuws onder de zon) — konden de Lage Landen niet in de vraag voorzien en gingen zij de potas importeren uit andere landen, vooral uit Duitsland, Polen en Rusland. In Duitsland ontstond vanaf halverwege de negentiende eeuw een grote potasindustrie voor de productie van potas als meststof. Dit verklaart waarom sommige talen, zoals het Pools, de naam potas via het Duits hebben leren kennen, en waarom oudere etymologische woordenboeken van het Frans voor het Franse potasse een dubbele ontlening geven: zowel uit het Nederlands als uit het Duits. Het Frans heeft het woord kennelijk oorspronkelijk uit het Nederlands geleend. Later, in de negentiende eeuw, toen er potas als kunstmest uit Duitsland werd geïmporteerd, is het woord nogmaals geleend, nu uit het Duits. Bedenk daarbij dat in het Duits Pottasche pas in 1716 genoteerd is, terwijl in het Frans potasse al voorkomt in 1577. Ook de spelling en uitspraak wijzen duidelijk naar Nederlandse ontlening: zowel de oudste vorm pottas als de huidige vorm potasse worden met [s] uitgesproken, niet met [sj], zoals in het Duits; wanneer het woord aan het Duits ontleend zou zijn, zou men een spelling potache verwachten.

Hiermee is nog niet de gehele geschiedenis van potas beschreven. De verdere ontwikkeling heeft zich vooral in Groot-Brittannië afgespeeld. Aanvankelijk meende men dat potas een niet-samengestelde stof was, maar in 1756 toonde Joseph Black uit Edinburgh aan dat het wel degelijk een samengestelde stof was, een carbonaat. In 1807, toen de scheikundige kennis weer wat geavanceerder was, bewees de chemicus Humphry Davy dat het bovendien een nieuw metaal bevatte; het lukte hem door middel van elektrolyse het nieuwe element uit de potas te isoleren. Dit nieuwe element gaf hij de modern-Latijnse naam potassium, omdat hij het in potas had aangetroffen. Potassium is sinds 1855 in Nederlandse woordenboeken opgenomen.

De naam potassium wordt in de Engels- en Franstalige wereld nog steeds gebruikt, in Italië en Portugal gebruikt men potassio. In Duitsland en Nederland daarentegen wordt het metaal kalium genoemd; dit woord staat sinds 1847 in onze woordenboeken. Kalium is afgeleid van alkali, een ontlening aan Arabisch al-qalī, dat ‘de as van het zoutkruid’ betekent (al is het Arabische lidwoord). Niet alleen potassium heeft in het Nederlands een naamswijziging ondergaan, ook potas is bij ons als chemische term vervangen, namelijk door kaliumcarbonaat. In het Engels heet dit potassium carbonate, in het Frans potasse carbonatée of carbonate de potassium.

Zo is het oorspronkelijk Nederlandse woord potas in de taal van oorsprong vervangen, terwijl het in andere talen nog springlevend is.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

potas ‘kaliumcarbonaat’ -> Engels potash ‘kaliumcarbonaat’; Engels potassium ‘chemisch element kalium’; Duits Pottasche ‘kaliumcarbonaat’; Deens potassium ‘chemisch element kalium’ ; Deens potaske ‘kaliumcarbonaat’; Noors pottaske ‘kaliumcarbonaat’ (uit Nederlands of Duits); Zweeds pottaska ‘kaliumcarbonaat’; Fins potaska ‘kaliumcarbonaat’ ; Frans potasse ‘kali; kaliumcarbonaat’; Frans potassium ‘chemisch element kalium’ ; Italiaans potassa ‘kaliumcarbonaat’ ; Spaans potasa ‘kaliumcarbonaat’; Portugees potassa ‘kaliumcarbonaat’ ; Baskisch potasa ‘kaliumcarbonaat’ ; Baskisch potasio ‘chemisch element kalium’ ; Tsjechisch potaš ‘kaliumcarbonaat’ ; Slowaaks potaš ‘kaliumcarbonaat’ ; Pools potaż ‘kaliumcarbonaat’; Russisch potáš ‘kaliumcarbonaat’; Oekraïens potáš ‘kaliumcarbonaat’ ; Wit-Russisch patáš ‘kaliumcarbonaat’ ; Azeri potas ‘kaliumcarbonaat’ ; Lets potaša ‘kaliumcarbonaat’ (uit Nederlands of Duits); Litouws potašas ‘kaliumcarbonaat’ ; Grieks potasa ‘kaliumcarbonaat’ ; Maltees potassa ‘kaliumcarbonaat’ ; Esperanto potaso ‘kaliumhydroxide (verouderd: kaliumcarbonaat)’ ; Turks potasyum ‘chemisch element kalium’ ; Arabisch (MSA) būtāsyūm ‘chemisch element kalium’ ; Arabisch (MSA) būtās, būtāsā ‘kaliumcarbonaat’ ; Arabisch (Egyptisch) butās, buṭās ‘kaliumcarbonaat; loog’ ; Indonesisch potas ‘kaliumcarbonaat’; Makassaars pôtasá ‘dubbelkoolzure soda of zuiveringszout (gebruikt bij bereiding van koekjes)’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut