Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

portret - (afbeelding van een persoon, beschrijving)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

portret zn. ‘afbeelding van een persoon, beschrijving’
Vnnl. pourtraict ‘afbeelding’ [1575; Stall. III], dit pourtraict ... vande oude cappelle ... door mr. J.G., schilder [1610; WNT uitsteeksel], portrai(c)t ‘afbeelding van een persoon’ in de Prins van Orange syn portraict te paard [1669; WNT], ‘beschrijving in woorden’ in je eygen portrait ‘een beschrijving van jezelf’ [1689; WNT]; nnl. portret ook ‘persoon’ in dat goor portret ‘dat akelige wijf’ [1721; WNT], ‘schilderij, afbeelding’ in een portret in miniatuur van haare Dogter [1784; WNT], ‘beschrijving in woord en beeld’ in Een zeer geslaagd portret ... Een aanwinst ... voor de filmotheek [1963; WNT Aanv. filmotheek].
Ontleend aan Frans portrait ‘karakterisering van een persoon in woorden’ [1550; TLF], eerder al ‘tekening of schilderij van een persoon’ [1538; TLF], ouder portret ‘afbeelding’ [ca. 1170; TLF], het zelfstandig gebruikte verl.deelw. van portraire, ouder pourtraire ‘schilderen, tekenen, afbeelden’, letterlijk ‘(lijnen) trekken, (een beeld) tevoorschijn brengen’, gevormd uit por-, pour- ‘tevoorschijn, voort’ < Latijn prō-, zie → pro-, en traire ‘trekken’ < Latijn trahere ‘trekken’, zie → tractor.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

portret [beeltenis] {1662} < frans portrait, van portraire [afbeelden] < latijn protrahere [te voorschijn halen, aan het licht brengen], van pro [vóór] + trahere [trekken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

portret znw. o., eerst nnl. < fra. portrait een verbaalnomen bij portraire ‘uitbeelden’ < lat. protrahere ‘naar voren brengen; aan het licht brengen’. Het mnl. kent reeds portraiture, pour-traicture ‘tekenwerk, schilderwerk; welgelijkend beeld’ < ofra. portraiture, afl. van portrait.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

portret znw. o., nog niet bij Kil. Uit fr. portrait (lat. *portractum). Ook elders ontleend. Mnl. reeds portra(i)tûre v. “teekenwerk, schilderwerk” < ofr. portraiture.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

portrèt (zn.) afbeelding; Nuinederlands portrait <1669> < Frans portrait.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

portret s.nw.
Afbeelding van 'n persoon.
Uit Ndl. portret (1662).
Ndl. portret uit Fr. portrait, met lg. 'n afleiding van die ww. portraire 'afbeeld, uitbeeld', uit Latyn.
D. Porträt, Eng. portrait.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

portret’: een portret trekken (trok, heeft getrokken), fotograferen (persoon). - Etym.: In AN veroud. In BN nog ’portrettentrekker’ = fotograaf.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

portret: foto; Nnl. portret uit Fr. portrait (wu. Eng. portrait), ’n deverb. s.nw. by ww. portraire, “uitbeeld”, uit Lat. protrahere, “na vore/aan die lig bring – die s.nw. portraiture/pourtraicture, “teken-/skilderwerk”, reeds Mnl.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

portret: minachtend voor een persoon, bijvoorbeeld: een lastig portret.

Ik hoor, dat hy zulk een raar portret van eene Zuster heeft. (Betje Wolff, Historie van den Heer Willem Leevend, 1784-1785)
Een lastig portret, die Greet, echt een dame. (Jan Mens, Mensen zonder geld, 1939)
Hij was iedere avond hardstikke dronken, een zeer lastig portret. (H. van Aalst, Onder martieners en bietsers, 1946)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

portret (Frans portrait)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

portret ‘beeltenis’ -> Indonesisch potrét, porterét, portrét, poterét, potrék ‘beeltenis; (Bahasa Prokem) een situatie en een plek in de gaten houden vanuit een auto met als doel beroving’; Atjehnees putrèt ‘beeltenis, foto’; Balinees potrék, potrét ‘beeltenis’; Boeginees poterế, puterế ‘beeltenis’; Jakartaans-Maleis poterèt ‘beeltenis’; Javaans potrèk, portrèt, potrèt ‘beeltenis; zich laten fotograferen’; Letinees pòrtrèèta ‘foto’; Madoerees pottret ‘beeltenis’; Makassaars poterế ‘beeltenis, foto’; Soendanees potret ‘beeltenis’; Petjoh potrèt ‘beeltenis’; Creools-Portugees (Ceylon) portrait ‘beeltenis’; Papiaments potrèt, pòtrèt, pòrtrèt (ouder: portret) ‘beeltenis, foto, röntgenfoto; (verouderd) schilderij’; Sranantongo po(r)treti ‘foto, beeltenis’; Surinaams-Javaans potrèg, potrèt ‘foto; fototoestel, camera; zich laten fotograferen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

portret beeltenis 1662 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut