|
porselein (wit aardewerk)M. Philippa e.a. (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlandsporselein zn. ‘half doorschijnend fijn, geglazuurd aardewerk’ G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch (incl. Supplement uit 2007)porselein s.nw. N. van der Sijs (2001), Chronologisch Woordenboekporselein wit aardewerk 1596 [WNT] <Frans P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Van Dale Etymologisch woordenboekporselein1 [wit aardewerk] {1596, vgl. porceleyne [zeeslak] 1599} < frans porcelaine < middeleeuws latijn porcellana [soort van cowrieschelp], afgeleid van porcella, verkleiningsvorm van porca [zeug] (vgl. engels pork en varken). De schelp werd zo genoemd omdat men er een gelijkenis in zag met de geslachtsdelen van de zeug; de porseleinachtige schelp droeg haar naam over op het aardewerk. P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjagerporselein Evenals het Engelse porcelain komt ons woord porselein van het Franse porcelaine; dit stamt weer uit het Italiaanse porcellana, eigenlijk de naam van een schelp, concha porcellana. Wegens de overeenkomst in kleur en glans met deze schelp werd nu ook het fijne aardewerk der Chinezen en Japanners dat via Italië West-Europa bereikte, porselein genoemd. Het is een fijne, witte, half doorschijnende soort aardewerk met ongekleurd glimmend glazuur. Later sprak men ook van Saksisch, Frans en zelfs van Haags en Amsterdams porselein. Een merkwaardigheid van het Chinese porselein vormden de merken aan de onderzijde. Lange lijzen met zes merken sierden bijvoorbeeld de theetafel van tante Stastok. Lange lijzen waren hoge theekopjes met vrouwenfiguurtjes. Wij moeten dus denken aan de naam Lijs, uit Lijsbet, Elisabeth. J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboekporselein 1 znw. o. ‘aardewerk’, sedert Kiliaen < fra. porcelaine < ital. porcellana (waaruit 1477 porzelan) naam van de schelp Concha Veneris; een afl. van lat. porcus ‘zwijn’, maar ook ‘vulva’; wegens de vorm is de schelp daarnaar genoemd. Toen in de 16de eeuw het porselein uit China en Japan over Italië in Europa bekend werd, noemde men dit wegens de overeenstemming van dit aardewerk met de schelp daarnaar. N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taalporselein I (aardewerk) znw. o., sedert Kil. Uit fr. porcelaine, dat evenals nhd. porzellan o. (sedert de 16. eeuw) uit it. porcellana ontleend is. Oorspr. de naam van een schelp, concha Veneris, zoo genoemd wegens de overeenkomst met zeker deel van het vrouwelijk lichaam (lat. porcus, porcellus), later toegepast op het Japansch en Chineesch aardewerk, waarvan de stof op die schelpen geleek. J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taalporselein 1 o. (fijn aardewerk), uit Fr. porcelaine, van It. porcellana = 1. venusschelp, 2. (wegens gelijkheid van kleur en glans) porselein. De naam van de schelp is een dimin. van Lat. porcus = varken 1 (z.d.w.), 2. (hier) cunnus. C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingenPorselein en Postelein; de vorm met r is in beide bet. (aardewerk en groente) de eigenl. juiste. Voor aardewerk wordt nu alleen porselein gezegd; dit komt uit fr. porcelaine, in ’t Ital. eig. de naam van een schelp (Concha Veneris, Venusschelp), en later gebruikt voor het fijne aardewerk, dat overeenkomst vertoont met die schelp. Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW. |
