Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

popelen - (gespannen uitkijken naar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

popelen ww. ‘gespannen uitkijken naar’
Mnl. popelen ‘mompelen, prevelen’ in Wenende ende poplen (lees: poplende) ditte ‘huilende en dit roepend’ [1285; VMNW], Popelende bin den monde ‘binnensmonds mompelend’ [1350-1400; MNW-R]; vnnl. popelen ‘van smart kloppen (van hart)’ in hoe popelde mijn hart [1612; WNT]; nnl. ‘beven van verlangen’ in een hartje vol popelende verwachting [1909; WNT].
Mogelijk een frequentatief bij een niet geattesteerd mnl. *popen met als oorspr. betekenis ‘herhaalde korte zachte geluiden geven’. Wrsch. moet men dan uitgaan van afleiding bij het tussenwerpsel pop, een klankwoord, zoals ook Engels pop ‘knallen, ploffen’. Dat verklaart dan ook de betekenis ‘(op)borrelen’ (zie onder). Het woord is dan verder te vergelijken met → babbelen, dat ook klanknabootsend is.
Mhd. popelen ‘opborrelen’; nfri. popelje, poperje ‘popelen, inwendig trillen, bobbelen, prevelen’.
Uit de veronderstelde betekenis ‘korte zachte geluiden geven’ kan men de huidige betekenis van het woord verklaren uit ‘kloppen van het hart uit vrees, schrik, spanning of onrust’, zoals in dat u, nu 't er op aankomt, het hart in den lyve poopelt [1642; WNT], Niet weinig popelde hierbij het hart van het jonge meisje [1866; WNT].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

popelen* [in spanning verkeren] {1617} klankschilderend gevormd, net als middelnederlands popelen [mompelen, prevelen], vgl. fries poperje [zowel prevelen als mompelen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

popelen ww., mnl. pōpelen, poplen ‘mompelen, prevelen’, zoo ook nog Kiliaen, mhd. popelen ‘opborrelen’, fri. popelje, poperje ‘popelen, inwendig trillen, bobbelen, prevelen’, waarnaast mhd. paperen ‘onverstaanbaar prevelen’, vgl. mnl. papelâre, papelaert ‘schijnheilige’. Het ne. pop ‘poffen, knallen, ploffen’ duidt op een klankwoord, waarin de beide p-klanken een soort van ontploffingsgeluid suggereren; dat verklaart o.a. de bet. ‘opborrelen’. — Verwante formaties zijn bobbelen, babbelen, plapperen, maar ook poffen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

popelen ww., in de tegenw. bet. nog niet bij Kil. Onomatop. evenals Kil., mnl. pōpelen, poplen “mompelen, prevelen”, mhd. popelen “opborrelen”, fri. popelje, poperje “popelen, inwendig trillen, bobbelen, prevelen” en mhd. paperen “onverstaanbaar prevelen”, mnl. *pāpelen “id.”, waarvan pāpelâre, pāpelaert (d) m. “schijnheilige”. Vgl. babbelen, bobbelen, plapperen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

popelen ono.w., Mnl. id. + Hgd. puppern; daarbij Mnl. papelen + Mhd. paperen: onomat.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

popelen (DB: V, FV), ww.: smekend vragen, bedelen. Mnl. popelen ‘prevelen, murmelen’, Vroegnnl. popelen ‘murmur edere, murmurare, verba tacite submisseque fundere, mussitare, mutire, labra movere tantum & vocem non attollere, verba non intellecta fundere, vulgo papellare’ (Kiliaan). Lalwoord.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

popelen ‘in spanning verkeren’ -> Engels popple ‘kabbelen, borrelen; knallen, ploffen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

popelen* in spanning verkeren 1617 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal