Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pop - (speelgoed)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pop 1 zn. ‘speelgoed; insect in cocon’
Mnl. poppe, puppe ‘klein kindje’ in mine arme cleine poppe [ca. 1350; MNW], ‘bundel stro’ in yemant ... die poppen in der steden leyt ‘iemand die strobundels in de stad legt (om brand te stichten)’ [1413; MNW], ‘dot, prop, platte klos van iets’ in onghebonden garen ... poppen ... een cluwen [1432-68; MNW], ‘lichtzinnig meisje’ in Lijsbette was een quade puppe, hoere en snoere ‘Liesbet was een slecht, lichtzinnig meisje, een lichtekooi’ [1477; MNW]; vnnl. pop, poppe, poupe ‘dot, prop, kluwen’ in lonten of pouppen ‘lonten of brandbare proppen’ [1535; WNT], poppe, poppeken ‘meisjesspeelgoed’ [1573; WNT], poppe ‘in een cocon ingesponnen insectenlarve’ [1599; Kil.], ‘wijfjesvogeltje’ [1599; Kil.], pop ‘klein kindje’ in dit poppeken ... groot geworden [1620; WNT], pop ‘tere en/of sierlijk opgetooide vrouw’ in als een popken [1643; WNT]; nnl. popje, poppetje ook ‘menselijk figuurtje’ in de Popjes op onze Theeschoteltjes [1765; WNT], uitgeknipte popjes [1917; WNT].
Herkomst niet zeker. Mogelijk een West-Germaanse ontlening, al dan niet via een niet geattesteerd Oudfrans *poupe (Nieuwfrans poupée), aan vulgair Latijn *puppa < klassiek Latijn pūpa ‘meisje, pop, marionet’, vrouwelijke vorm van pūpus ‘jongen’, dat wrsch. een kinderlijke brabbelvorm is van puer ‘kind’, zie → pedagogie. Het is ook mogelijk (Toll., WNT) dat Nederlands pop, Duits Puppe ‘speelgoed, cocon’, Fries pop ‘speelgoed, kindje, cocon’ zelfstandig in het Germaans als brabbelwoord zijn gevormd.
De betekenis ‘cocon’ zal zijn ontstaan door de vergelijking met een ingebakerd kindje; betekenissen als ‘dot, prop’ en ‘bundel’ liggen dan ook voor de hand.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pop1 [speelgoed] {poppe 1252} < latijn pupa [(speel)pop, meisje], pupus [kereltje], verwant met puber. De uitdrukking daar heb je de poppen aan het dansen [nu begint de ruzie] is ontleend aan het poppenspel.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pop znw. v., mnl. poppe, puppe, pop ‘meisje, pop als speelgoed; kluwen garen; stropop om brand te stichten’, mnd. poppe ‘pop, kindje’, laat-mhd. puppe (boppe) v. ‘pop’. Het woord vinden wij ook in de rom. talen vgl. lat. pupa, vulg. lat. puppa meisje, pop’ (fra. poupée, sedert de 13de eeuw en waals, lothr. poupe), hetgeen daartoe geleid heeft, het germ. woord uit het rom. te verklaren (Kluge-Mitzka 570). Daar echter het rom. woord de indruk maakt van een woord van de kindertaal of van een vleiwoord voor kinderen, kan men vermoeden, dat het ook in het germ. had kunnen ontstaan. Indien men met Spitzer, Lit. bl. germ. rom. Phil. 41, 356 mag aannemen, dat de oorspr. bet. ‘vlasbundel’ zou zijn, evenals dit het geval is bij dok 2, dan zou er nog minder aanleiding zijn aan een geïmporteerd woord te denken (J. H. van Lessen WNT 12, 2, 3416-7). Dit neemt niet weg, dat vooral voor de bet. ‘pop’ invloed van fra. poupée aannemelijk is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pop znw., mnl. poppe, puppe v. “pop, kindje”. = laat-mhd. puppe (boppe) v. “pop” (nhd. puppe), mnd. poppe v. “pop, kindje”. Ontl. uit een mlat. of rom. vorm van lat. pûpa, vulgairlat. pŭppa “pop, meisje” (waarvan o.a. waalsch popp, poupp “pop, netgekleed meisje”, fr. poup-ée “pop”), wellicht een oorspr. onomatop. kosewort, identisch met vulgairlat. *pŭppa, ofr. poupe, it. poppa “tepel”. Eng. puppet “pop” e.a. vormen uit ’t Fr. — De bet. “pop van een vlinder”, die ook andere talen kennen, is nog niet uit ’t Mnl. bekend, wel “kluwen garen” en “stroopop voor brandstichting”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pop 1 v. (beeld), gelijk Hgd. puppe, Eng. puppet, Fr. poupée, naar Lat. puppa = 1. meisje, 2. pop, van pupus, verwant met puer = knaap en pullus = jong dier (z. veulen).

pop 2 v. (larve), hetz. als pop 1.

pop 4 v. (tarweziekte), hetz. als pop 1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

póp (zn.) pop; Vreugmiddelnederlands poppe <1252> < Latien pupa.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

2pop s.nw.
1. Nabootsing van 'n mensfiguur waarmee veral meisies speel, of wat vir ander doeleindes, bv. reklame, gebruik word. 2. Meisie. 3. Ontwikkelingsvorm van 'n insek.
Uit Ndl. pop (al Mnl. in bet. 1 en 2, 1599 in bet. 3).
Ndl. pop uit Latyn puppa '(speel)pop, meisie', 'n wisselvorm van Latyn pupa 'klein meisie, pop, larwe'.
D. Puppe (15de eeu), Eng. puppet.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pop ‘speelgoed’ (Latijn pupa); ‘popmuziek’ (Engels pop (music))

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

pop. Mullebrouck (1984) kent voor Vlaanderen de verwensing ga met de poppen spelen! De intentie van de verwensing is niets anders dan iemand (waarschijnlijk vooral kinderen) met een kluitje in het riet te sturen. → kolere, kont, koperen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pop, popje ‘speelgoed’ -> Fries pop ‘speelgoed’; Zuid-Afrikaans-Engels poppie ‘troetelwoord voor een vrouw, popmooi uitgedoste vrouw’ ; Noord-Sotho popi ‘speelgoed’ (uit Afrikaans of Engels); Tswana pôpô ‘speelgoed’ ; Xhosa popi ‘speelgoed’ ; Zuid-Sotho popi ‘speelgoed’ ; Indonesisch pop ‘speelgoed’; Makassaars pôpi-pôpi ‘pop van Europees maaksel’; Menadonees popi' ‘speelgoed’; Berbice-Nederlands pubiki ‘speelgoed’; Papiaments pòpchi, Ar: pouchi (ouder: poptsje) ‘speelgoed; Arubaans ook: gietmal voor stijlen’; Sranantongo popki ‘speelgoed, beeld’; Aucaans pobiki ‘beeld’ ; Saramakkaans pobiki ‘beeld’ ; Sarnami popki ‘speelgoed’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pop speelgoed 1252 [MNW] <Latijn

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1867. De poppen zijn aan 't dansen,

d.w.z. de ruzie, de twist is begonnen, uitgebarsten; eig. het poppenspel is begonnen, eene uitdr. dus aan het marionettenspel ontleend, dat sedert de middeleeuwen bij ons bekend is en toen dockenspel (mhd. tockenspil) genoemd werd (Mnl. Wdb. II, 271). Vgl. Ons Volksleven X, 118; Antw. Idiot. 1978; Waasch Idiot. 532 a; Harreb. I, 115: het is alle dagen geen kermis, al dansen de poppen. Ook in het fri.: nou komme of dèr ha jy de poppen oan 't dounsjen; in het nd.: nu häff wi de Puppen am danssen (Eckart, 418). Deze uitdr. staat o.a. in Sara Burgerhart, 33: Ik heb wel gewagt, dat die poppen daar eens aan het dansen zouden raken; Br. v. Abr. Bl. II, 59; V. Janus, 20; 179; III, 280; Harreb. II, 194; Jong. 220; Kmz. 225; Prikk. V, 10; Nkr. VIII, 24 Jan. p. 7; Sjof. 216; Het Volk, 29 Dec. 1913, p. 8 k. 3; A. Jodenh. II, 30; Nw. School, VI, 97; enz. Synonieme uitdrukkingen zijn: daar heb je 't spel, het spectakel gaande (Van Effen, Spect. VI, 18; Eckart, 492: bi ons ös all Dag Spectâkel); daar is bal (Molema, 17 b; vgl. no. 1050); Tuerlinckx, 49 en Joos, 111: 't is kermis (of bal); 't zal bal op Java zijn, gij zult slagen krijgen (Waasch Idiot. 313 a); de kat komt op de koorde, gaat op de koorde dansen, is op de koorde (De Bo, 498 a; Schuerm. 226 a; Rutten, 107 b; Joos, 96 en Antw. Idiot. 625); het spel komt (is) op den wagen (denk aan de blauwe scute; De Bo, 1067 b; Tuinman I, 39; Schuermans, 841aZie J.A. Worp, Gesch. van het Drama en van het Tooneel in Nederland I, 51 en Mnl. Wdb. IX, i.v. wagenspel.); 't zal hora zijn (Rutten, 96 b en Tuerlinckx, 275, die hierbij aanteekent, dat we in deze uitdr. eene zinspeling moeten zien op de hora (vroeger: studentengebeden in kloosters) zingen, wat licht luidruchtig gebeurde); in Kl. Brab. de orgel draait, er is ruzie; elders: het is er op of over, of het zal er boven op zijn, het zal er op zijn, 't spel is aan den gang, er wordt getwist, gevochten; vaak met betrekking tot oneenigheid in een gezin; Ndl. Wdb. XI, 312; Rutten, 291 b; Antw. Idiot. 892; Teirl. 204; Afrik. die poppe is aan dans; fr. voilà le bal qui commence; hd. da geht der Tanz los; eng. the ball opens. In Groningen zegt men: doar is de kat in 't goaren (Molema, 192).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut