Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pool - (uiteinde van as waarom een lichaam draait)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pool 1 zn. ‘aardpool; uiteinde van magneet, batterij enz.’
Vnnl. poli (mv.) in onder allen elevatien des Poli ‘op alle poolshoogten’ [1592; Resolutie Staten-Generaal 15 april], pool ‘uiteinde van de aardas’ in 6 graden zuydelijcker vande Pool [1598; WNT], ‘draaipunt van het hemelgewelf’ in Noort-sterre ... dicht aenden pole [1614; WNT], ‘gebied rond het uiteinde van de aardas, poolstreek’ in al soud' ick tot de Polen met u dolen [ca. 1615; WNT]; nnl. pool ook ‘uiteinde van magneet’ in deeze Poolen van den Zeilsteen hebben de sterkste aantrekkende kracht ‘deze polen van de magneet ...’ [1736; WNT], ‘uiteinde van een elektrisch element’ [1859; Volks-encyclopaedie].
Ontleend, al dan niet via Frans pole (Nieuwfrans pôle) ‘uiteinde van de aardas’ [1338; TLF], eerder al ‘firmament’ [ca. 1220; TLF], aan Latijn polus ‘uiteinde van een as waar een lichaam om draait, pool, poolster’, dat zelf ontleend is aan Grieks pólos ‘as, spil, pool, hemelgewelf’, verwant met → wiel en misschien met → hals.
De betekenis ‘een der twee uiteinden van een magneet’ kon ontstaan omdat de gebieden waar de magnetische kracht van de aarde het grootst is, dicht bij de uiteinden van de aardas liggen; zij werden daarom de magnetische polen genoemd, en de term polen ging dan over op de uiteinden van gewone magneten en van elektrische elementen met een potentiaalverschil.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pool1 [uiteinde van as waarom een lichaam draait] {1598} < frans pole [idem] < latijn polus [uiteinde van de aardas] < grieks polos [draaipunt, as, hemelas, pool], van pelein [zich bewegen]. De uitdrukking poolshoogte nemen betekent een peiling nemen op de Poolster. De oorspronkelijke herkomst van de uitdrukking wordt echter niet meer gevoeld, en daarom wordt de uitdrukking vaak veranderd in polshoogte nemen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pool 1 znw. m. ‘uiteinde van de aardas’ < lat. polus < gr. pólos ‘aardpool’, eig. ‘punt waarom iets draait’ (van pélomai ‘zich bewegen’).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pool znw., nog niet bij Kil. Internationaal woord, op gr.-lat. polus “pool” teruggaande.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pool v., gelijk Hgd. pol, Eng. en Fr. pole, uit Lat. polum (-us), van Gr. pólos = draaipunt, van pélein = zich bewegen, van denz. wortel als wiel.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pool ‘uiteinde van as’ (Frans pôle)

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Pool (= Lat. polus = pool van aard- of hemelas; poolster; < Gr. πόλος (polos) = draaipunt, pool van een cirkel).

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Pool (Lat. pólus = pool, einde van een as; Gr. πόλος (pólos) = draaipunt; πολεῖν (poleín) = draaien). Pool van hemel en aarde. Gewoonlijk gebruikt in de betekenis van uiteinde, spec. als beide uiteinden van een lichaam tegengestelde eigenschappen hebben; b.v. pool van een magneet, van een electrisch element.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Pool (< Gr. πόλος = punt, waarom iets draait). 1) Werd ook in de Gr. wiskunde reeds in meetkundige toepassing gebruikt: punt, waarom een lijn draait, b.v. pool van de conchoide van Nikomedes (2e eeuw v. Chr.). Vd. 2) het gebruik bij kegelsneden: terwijl een lijn l draait om een punt P, doorloopt het vierde harmonische punt van P t.o.v. de snijpunten van l met de kegelsnede een rechte. 3) Het gebruik van het woord pool in de functietheorie (f(z) heeft voor z = a een pool van de ne orde, wanneer ze in de omgeving van a, maar niet in a analytisch is, terwijl (za)nf(z) in a wel analytisch is), dat door Briot en Bouquet ingevoerd is (1859), staat blijkbaar niet meer met draaien in verband. Pool beduidt hier niets anders meer dan een bijzonder punt. Het woord wordt tegenwoordig ook reeds in de elementaire algebra gebruikt voor een waarde van de variabele, waarvoor de noemer (maar niet tevens de teller) van een breuk nul wordt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pool ‘uiteinde van as waarom een lichaam draait’ -> Indonesisch pul ‘uiteinde van as waarom een lichaam draait’; Javaans pul ‘uiteinde van as waarom een lichaam draait’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pool uiteinde van as waarom een lichaam draait 1598 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal