Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pony - (paardje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pony zn. ‘paardje’
Nnl. pony ‘klein paardje’ [1847; Kramers], vooral op de Shetland-eilanden ... vindt men de kleine paardjes, die onder den naam van pony's ... gezocht zijn [1864; WNT].
Ontleend aan Engels pony ‘klein paard’ [1710; OED], ouder Schots Engels powny ‘id.’ [1659; OED], dat zelf wrsch. ontleend is aan een verouderd Frans woord poulenet ‘veulentje’ [1444; OED], verkleinwoord van Oudfrans poulain ‘veulen’, zie → veulen, dat in het Engels ook ontleend was als pouleyn ‘hengstveulen’ [1445; OED].
In overeenstemming met de ook nu nog gangbare uitspraak werd vroeger de spelling ponny geregeld aangetroffen, bijv. zeer mooi ponnytuig [1900; Nieuws van de dag]. In de betekenis pony ‘over het voorhoofd vallend haar’ [1889; WNT] is het woord een verkorting van de samenstelling pony-haar ‘haar als van een pony’ [1889; WNT]: bij een pony vallen de voorste manen over het voorhoofd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pony [paardje] {1847} < engels pony < frans poulenet, verkleiningsvorm van poulain [merrieveulen] < laat-latijn pullamen [collectief: jonge dieren], van pullus [jong van een dier] (vgl. veulen).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pony znw. m. of ponny ‘klein paardensoort’, eerst nnl. < ne. pony < schots powney, dat men verder terugvoeren wil op een vorm < *poulney < ofra. poulenet ‘veulen’, afl. van poulain < vulg. lat. pullamen, eig. een collectivum van lat. pullus ‘jong van een dier’.

Opmerkelijk is dat dit woord vooral gebruikt wordt in Overijsel, de Achterhoek, Limburg, Brabant en Zuid-Nederl.; in het Noorden is hit algemener (zie de taalkaart van I. Habermehl in Taalatlas afl. 3. 5.).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pony, ponny znw. Nnl. uit eng. pony (*poulney, van ofr. poulenet, demin. bij poulain, lat. *pullânus, van pullus “jong dier, veulen”). — Ponny “ponny-haar” is uit deze samenst. verkort.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

ponny. Fr. poulain < vulg.-lat. pullâmen ‘jong dier’, ospr. een collectivum.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

ponie s.nw.
Tipe perd van 'n klein ras, klein en jong perdjie.
Uit Eng. pony (1659).
Eng. pony uit Skots powney, pownie, wat oorspr. met Latyn pullus 'baba dier' verband hou.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pony (Engels pony)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pony ‘paardje’ -> Sranantongo poni ‘paardje, veulen’.

pony ‘bepaald haarmodel’ -> Indonesisch poni ‘bepaald haarmodel’; Jakartaans-Maleis puni ‘bepaald haarmodel’; Menadonees poni ‘bepaald haarmodel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pony paardje 1847 [KKU] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut