Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pont - (platbodem, vaartuig voor een korte oversteek tussen twee oevers)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pont zn. ‘platbodem, vaartuig voor een korte oversteek tussen twee oevers’
Mnl. ponte ‘platte schuit’, in de toenaam van Woitijn van der ponthen [1312; VMNW ponte], an die ponte ‘bij de platte schuit’ [1339-45; MNW ponte]; vnnl. den pont aldaer legghende ‘de veerpont die daar ligt’ [1563; WNT].
Ontleend aan Latijn pontō ‘Gallisch vrachtschip, ponton’.
Van Latijn pontō is de herkomst onzeker. Mogelijk (BDE, Pfeifer) is het woord afgeleid van Latijn pōns (genitief pontis) ‘brug’, en dan net als → pad 1 verwant met Grieks pátos ‘pad’; Sanskrit pánthā- ‘id.’; < pie. *pent- ‘gaan, arriveren’ (IEW 808-809), zie ook → vinden. EDale oppert Keltische oorsprong, maar noemt geen Keltische vorm.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pont [veerpont] {pont(e) 1339-1345} < latijn ponto [Gallisch transportvaartuig, drijvende brug, ponton], uit het kelt.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pont znw. v., mnl. ponte v. (zelden) ‘pont, platte schuit’, evenals mnd. punte < lat. ponto ‘pont, ponton’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pont znw., mnl. (zeldzaam) ponte v. “pont, platte schuit”. = Teuth. pont, mnd. punte “id.”. Uit lat. ponto “pont, ponton”, waaruit ook fr. ponton, dat in verschillende talen weer overging: o.a. ndl. ponton, mnl. (limb.) pontoun, -uen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pont v., gelijk Eng. punt, uit Lat. ponto = 1. brug, 2. pont, afgel. van pons = brug, verwant met vondel en vinden.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

pont s.nw.
Breë, plat vaartuig om goedere binnelands oor water te bring.
Uit Ndl. pont (al Mnl.).
Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. (1775).

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

pont (de, -en), grote, platboomde roeiboot voor het vervoer van goederen, vroeger i.h.b. van plantageprodukten naar Paramaribo en naar in lading liggende schepen, Iedere plantage* is in het bezit van een aantal vaartuigen; voor de binnenvaart gebruikt men korjalen* of binnenponten*, voor vervoer der producten naar de stad* ponten, voor personenvervoer tentboten* (Enc.NWI 569). - Etym.: AN p.: veroud. ’platboomd vaartuig als vrachtschip op binnenwateren’, thans ’veerboot’ (zie WNT 1949). Oudste vindpl. not. van 1722 (S&dS 349). S pondo. - Samenst. ook: keen-*, riet-*, scheeps-*, suiker-* en matrozenpont*; negerpont (van Schaick 1866: 111); zie ook: kroeskroes*, ponton*.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

pont: platboomvaartuig om mense, diere, rytuie, ens., oor (kanaal-/rivier)water te vervoer; Ndl. pont (Mnl. ponte), soos Eng. pontoon, via Fr. ponton uit Lat. ponto, “drywende brug” (afl. v. Lat. pons (gen. pontis), “brug”).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pont (Latijn ponto)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Pont, van ’t Lat. ponto = pont, verwant met pons = brug.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pont ‘veerpont’ -> Zuid-Afrikaans-Engels pont ‘(Zuid-Afrika) kabelveer’ ; Berbice-Nederlands pondo ‘veerpont’; Papiaments ponchi (ouder: pontsje), ponchi ‘veerpont’; Sranantongo ponti (ouder: pontoe), ponki, pondo ‘kleine veerpont’; Surinaams-Javaans pondo ‘roeiboot voor vervoer van plantageproducten’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pont veerpont 1339-1345 [MNW] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal