Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

poncho - (mantel met hoofdopening, regencape)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

poncho zn. ‘mantel met hoofdopening, regencape’
Nnl. puncho [1836; Ned.mag. 3, 140], poncho ‘mantel van vierkante lap stof met opening voor het hoofd, gebruikt in Peru en Chili’ [1847; Kramers], ‘regencape’ in poncho van stevig plastic met capuchon [1959; Soester Courant].
Ontleend aan Spaans poncho ‘Indiaanse cape, vierkante doek met hoofdopening’ [1740; Friederici], waarvan de herkomst omstreden is. Meestal wordt aangenomen dat het woord is ontleend aan Mapuche pontho ‘wollen weefsel’; Mapuche is een Indiaanse taal in Chili, een van de landen in Zuid-Amerika waar indianen traditioneel een cape dragen die bestaat uit een wollen lap met een opening voor het hoofd. Een vindplaats in Europees-Spaanse bronnen van poncho ‘dekkleed van een paard’ [1530; Corominas] bewijst volgens Corominas echter dat het woord niet uit een Indiaanse taal is ontleend, maar het zelfstandig gebruikte Spaanse bn. poncho is, een variant van pocho ‘verschoten, verlept’; de naam zou gegeven zijn omdat een poncho een lap of deken is zonder patronen met één kleur. Dit woord poncho zou door de Indianen ontleend zijn voor hun capes, hoewel Indiaanse poncho's meestal zeer bont gekleurd zijn.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

poncho [cape] {1847} < spaans poncho, vermoedelijk < castiliaans dial. po(n)cho [kleurloos].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

poncho s.nw.
Kledingstuk in die vorm van 'n vierkantige stuk materiaal met 'n opening vir die hoof.
Uit Eng. poncho (1717).
Eng. poncho uit Sp. poncho 'kleurloos' uit 'n Chileense taal poncho, pontho 'wol weefsel'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

poncho (Spaans poncho)
Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

poncho [(regen)mantel met hoofdopening] (1847). Jacob Jz. Kramers (1802-1869) publiceerde in 1847 zijn Algemeene Kunstwoordentolk,, met daarin ook het woord poncho. Kramers’ boek beschrijft honderden leenwoorden die nooit eerder in een woordenboek waren opgenomen, zoals de Arabische woorden henna, sjeik en sjiiet, het Hebreeuwse kabbala, het Perzische sjah, de Russische woorden beloega (‘soort walvis’) en sterlet (‘soort steur’) en de Spaanse woorden desperado en poncho. In zijn voorrede merkt Kramers op: “Hoeveel wetenschappelijke vaktermen of karakteristieke uitdrukkingen van vreemde naties, die nog twintig of dertig jaar geleden het grote Nederlandsche publiek geheel vreemd waren, zijn, bij de toenemende beschaving en het steeds levendiger contact tussen de volkeren, heden ten dage algemeen in zwang gekomen!” In 1855, 1863, 1886 en 1912 verschenen er herziene uitgaves van zijn boek.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

poncho cape 1847 [KKU] <Spaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut