Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pompoen - (vrucht) (geslacht Cucurbita)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pompoen zn. ‘vrucht’ (geslacht Cucurbita)
Vnnl. popoen, pepoen, pompoen in een pepoene ‘pompoen’ [1555; WNT], Popoenen, Comcommeren [1598; WNT], ick sneê in een pompoen den naem van mijn beminde [1618; WNT].
Ontleend aan Oudfrans pompon, een bijvorm van pepon ‘meloen’ [ca. 1490; TLF] (Nieuwfrans vero. pépon), geleerde ontlening aan Latijn pepō (genitief peponis) ‘meloen’, dat zelf ontleend is aan Grieks pépōn ‘rijp, (door de zon) gekookt’, een afleiding van péptein, péssein ‘koken’, verwant met → koken. Zie ook → meloen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pompoen [vrucht] {pompoene 1562} < oudfrans pompon, nevenvorm van pepon < latijn peponem, 4e nv. van pepo [watermeloen] < grieks pepōn [gestoofd, rijp (van vruchten)], van pessein, peptein [koken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pompoen znw. m., sedert Kiliaen pompon, popon naast pepon < lat. pepo < gr. pépōn ‘meloen’.

Op de vorm pepo gaan terug ohd. pepano, mhd. beben, zowel als mhd. pfeben en pfedemo, waaruit blijkt dat de vrucht in Duitsland al in de eerste eeuwen van onze jaartelling overgenomen is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pompoen znw., sedert Kil. Uit ofr. pompon, bijvorm van fr. pépon < lat. pepo (gr. pépōn) “pompoen”, waarop ook ohd. *pfëban(o), mhd. pfëben m. (nhd. pfebe), ohd. pëpano, mhd. bëben en (opvallend) ohd. pfëdemo m. “id.” teruggaan.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

pompoen. Kil. kent ook de vorm pepoen, die nog dial. (vla.) voorkomt, < fr. pépon.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pomp 2, pompoen m. (vrucht), gelijk Eng. pumpkin, uit Fr. pompon, van Lat. peponem (-o), Gr. pepṓn. Het Fr. woord onderging den invloed van pomme (z. pomerans).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

pampoen s.nw.
1. Rankplant waarvan die vrug as groente geëet word. 2. Domkop.
In bet. 1 uit gewestelike Ndl. pampoen (1562). Bet. 2 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekeninge in Afr. van pampoen, teenoor alg. Ndl. pompoen, by Changuion (1844), Pannevis (1880) en Mansvelt (1884).
Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. (1798 in bet. 1) en vanuit Afr. in S.A.Eng. (1949 in bet. 2), ook in die samestelling pampoenkoekie (1949).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

pampoen: – pompoen – , vrug- en pln. (Cucurbita pepo, fam. Cucurbitaceae); Ndl. po(m)poen(e)/pa(m)poen(e), ook wv. m. pe- (by Kil pampoene/pompoen, Hd. (veroud.) pfebe, Eng. pumpkin, Ofr. pompon (Fr. pépon), It. popone uit Lat. pepo, Gr. pepōn, “deur d. son gekook” (ww. peptein, “kook”, vgl. appelkoos); by vRieb pompoenen.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pompoen (Oudfrans pompon)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pompoen ‘vrucht’ -> Zuid-Afrikaans-Engels pampoen ‘vrucht’; Kupang-Maleis pompun ‘vrucht’; Negerhollands pampuen, pampon ‘vrucht’; Berbice-Nederlands pampuna ‘vrucht’; Skepi-Nederlands pampun ‘vrucht’; Papiaments pampuna (ouder: pampoena) ‘vrucht (curcubita maxima)’; Sranantongo pampun (ouder: pampàn) ‘vrucht’; Saramakkaans pampú ‘vrucht’ ; Creools-Engels (Maagdeneilanden) † pum pum ‘vrucht’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pompoen vrucht 1562 [Claes] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut