Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

polyglot - (veel talen sprekend)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

polyglot [veel talen sprekend] {1901-1925} < frans polyglotte < grieks poluglōttos [met veel tongen, met veel geluiden], van polus [veel] + glōtta [tong, tongval, taal] (vgl. glos).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

polyglot (Frans polyglotte)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

polyglot ‘veel talen sprekend’ -> Indonesisch poliglot ‘veel talen sprekend’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

polyglot veel talen sprekend 1866 [WNT corrector] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal