Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

politie - (overheidsdienst voor openbare orde)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

politie zn. ‘overheidsdienst voor openbare orde’
Mnl. policie, policy alleen in de betekenis ‘stedelijk bestuur’ [1477; Teuth.], ‘stedelijke regelgeving’ in alle gesette ende pollicie ‘iedere verordening en regeling’ [1487; MNW]; vnnl. policie, politie ‘beleid, regelgeving’ in goede reghele, ordene ende pollicie [1563; WNT], ‘staatsorde, staatsinrichting’ in de Policie ende Staet vanden Landen [1580; WNT], ook ‘toezicht, controle’ in de politie ... niet onder-worpen zijnde ‘die niet vallen onder deze controle, dit toezicht’ [1651; WNT]; nnl. policie, politie eerst nog ‘bestuur, beleid’ in eene verstandige Politie ‘een verstandig beleid’ [1763; Vad.lett., 107], dan ook ‘overheidslichaam voor handhaving der wet’ in de Luitenant Generaal van Politie [1766; Vad.lett., 96], Justitie en Politie [1772; Vad.lett., 32], algemeene of Rijks-politie [1851; WNT], gemeentelijke politie [1856; WNT], militaire politie [1922; WNT].
Ontleend aan de verouderde Franse variant policie [14e-18e eeuw; TLF] van Frans police ‘overheidsdienst ter handhaving van de wetten en openbare veiligheid’ [1651; TLF], eerder al ‘alle wetten en regels van een staat’ [1606; TLF], ‘bestuur van een stad’ [1426; TLF] en pollice ‘regelgeving, orde’ [ca. 1250; TLF]. Het Franse woord is een geleerde ontlening aan Laatlatijn politia ‘gevestigde orde, overheid’ < klassiek Latijn polītīa ‘overheid, de staat’; het Latijnse woord is ontleend aan Grieks polīteíā ‘overheid, regering, de staat; burgerschap’, een afleiding van pólī́tēs ‘burger, staatsburger’, letterlijk ‘stadsburger’, zie → politiek. De betekenis ‘beleid, politiek, toezicht’ is aan het eind van de 18e eeuw onder invloed van het Frans bij overdracht ‘overheidsdienst voor handhaving van het beleid, de wet en de openbare orde’ geworden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

politie [overheidsdienst voor openbare orde] {politie, pol(l)icie [m.b.t. het stedelijk bestuur, de verordeningen daartoe, staatsorde] 1487; de huidige betekenis 1798 vgl. polisiemeester 1794} < oudfrans pollice, policie < latijn politia [staatsregeling, staat, bestuur] < grieks politeia [burgerij, staatsregeling, stadsbestuur, burgerrecht], van politès [burger], van polis [stad, staat, stadstaat] (vgl. politiek). Ook de huidige betekenis is geleend uit het fr., maar in een latere tijd.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

polis

Ons woord polis is overgenomen uit het Franse police en dit komt van het Italiaanse polizza, dat teruggaat op een Grieks woord dat betekent: de publicatie, het bewijs. In deze ruime betekenis komt het woord polis thans niet meer voor. Wij verstaan er onder: het bewijsstuk ener bepaalde verzekering. Vroeger sprak men van een polis van assurantie, waaruit blijkt dat polis in het algemeen: overeenkomst betekende. Met het Griekse woord polis dat: stad betekent, heeft ons woord niets te maken. Dat vindt men terug in onze woorden politie, politiek en polikliniek, de plaats waar lopende patiënten medisch behandeld worden. Wel te onderscheiden van woorden die met poly- beginnen. Daar betekent het eerste deel: veel, bijvoorbeeld in polygamie (veelwijverij), polytechnisch, polytheïsme (veelgodendom) enz.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

politie znw. v., laat-mnl. policie’ zaken van het bestuur en verordeningen daarover’ < lat. politia < gr. politeía ‘stads- of staatsbestuur’. — Oosrpronkelijk had het woord een zeer ruime betekenis, maar gaat in de 17de eeuw vooral de zorg voor de orde in de staat betekenen, om eerst omstr. 1800 de tegenwoordige bet. aan te nemen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

politie znw., laat-mnl. policie v. “zaken ’t stadsbestuur rakende, verordeningen hierover”. Internationaal woord, op gr. politeía “id.” teruggaand. Bij ons wsch. uit het Lat. ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

politie v., uit Mlat. politia = bestuur, van Gr. politeía, van pólis = stad (z. volk).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

pelitie (zn.) 1. politie 2. politieagent; Middelnederlands policie <1477> < Frans police.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

polisie s.nw.
1. Owerheidsafdeling belas met wetstoepassing. 2. Amptenare van die polisie (polisie 1).
Uit Ndl. politie (1798). Ndl. politie is 'n veel ouer woord, nl. al Mnl., toe egter in die bet. 'stedelike bestuur, die verordeninge daartoe, staatsorde'. Aan die einde van die 18de eeu, onder invloed van Fr., het die huidige bet. ontstaan, m.a.w. betekenisverenging het plaasgevind.
Ndl. politie uit Oudfrans pollice, policie uit Latyn politia 'staatsreëling, staatsbestuur' uit Grieks politeia 'burgery, staatsreëling, staatsbestuur', met lg. van polites 'burger' van polis 'stad, stadstaat'. Tans 'n internasionale woord.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

polisie I: staatsliggaam v. bewaring v. openbare orde; Ndl. politie (vroeër o.a. ook policie, soos ook Lmnl., “bestuursake”) uit Lat. politia uit Gr. politeia, “stads- en staatsbestuur” (Gr. polis, “stad, staat”), huidige toep. sedert 17e/18e eeu; hierby Eng. police, Hd. polizei.

polisie II [+]: d. Voortrekkers in Natal het ’n Raad van Politie benoem, na d. vb. v. d. ou Kaapse Politieke Raad, ’n soort voorstadium v. ’n Volksraad; hier misk. nader aansl. by Eng. policy as by police; vgl. H. B. Thorn: Die lewe van Gert Maritz (2e dl., 1965, p. 151).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

politie ‘zaken van het bestuur en verordeningen daarover’ (Latijn politia); ‘overheidsdienst voor openbare orde’ (Frans police)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

politie ‘overheidsdienst voor openbare orde’ -> Fries polysje, plysje ‘overheidsdienst voor openbare orde’; Indonesisch polisi; (Bahasa Prokem) plokis, prayis ‘overheidsdienst voor openbare orde; politieagent’; Ambons-Maleis polisi ‘overheidsdienst voor openbare orde’; Atjehnees peulisi ‘overheidsdienst voor openbare orde; politieagent’; Balinees polisi ‘overheidsdienst voor openbare orde’; Boeginees polôsi ‘overheidsdienst voor openbare orde’; Jakartaans-Maleis pulisi ‘overheidsdienst voor openbare orde’; Javaans pulisi ‘overheidsdienst voor openbare orde; politieagent’; Kupang-Maleis polisi ‘overheidsdienst voor openbare orde’; Madoerees pulisi, palesi, polisi ‘overheidsdienst voor openbare orde, gerecht’; Makassaars polôsi, pulîsi ‘overheidsdienst voor openbare orde; politieagent’; Menadonees polisi ‘overheidsdienst voor openbare orde’; Minangkabaus polisi ‘overheidsdienst voor openbare orde’; Soendanees kulisi, polisi ‘overheidsdienst voor openbare orde’; Ternataans-Maleis polisi ‘overheidsdienst voor openbare orde’; Singalees polīsi-ya ‘overheidsdienst voor openbare orde’ (uit Nederlands of Portugees); Papiaments polis ‘overheidsdienst voor openbare orde’; Arowaks bariri ‘overheidsdienst voor openbare orde’; Sarnami polisi ‘overheidsdienst voor openbare orde; politieagent’; Surinaams-Javaans polisi ‘overheidsdienst voor openbare orde’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

politie overheidsdienst voor openbare orde 1798 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal