Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

poken - (met iets puntigs porren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

poken ww. ‘met iets puntigs porren’
Mnl. poken ‘steken, prikken’ [ca. 1450; MNW]; vnnl. poken ook ‘duwen, stoten’ in met eene tortyse gonck hy poken onse vrowe ‘met een toorts ging hij tegen het Mariabeeld stoten’ [begin 16e eeuw; MNW]; nnl. poken ‘met een pook in het vuur porren om het aan te wakkeren’ in het vuur in gloed gepookt [1819; WNT], ook ‘met een stok in de modder porren’ [1908; WNT].
Herkomst onzeker. Mogelijk een klanknabootsend of klankexpressief woord; een variant is → pochen, dat vroeger ‘kloppen’ betekende; een variant zonder verscherpte anlaut is → beuken ‘hard slaan of kloppen’; een gelijksoortige vorming is → bonzen.
Mnd. poken ‘steken met een mes’; me. puken, poken ‘porren, steken, duwen’ (ne. poke) is wrsch. ontleend aan het mnl. of mnd; < pgm. *puk-. Daarnaast de zn. mnd. pok ‘dolk’; nzw. påk ‘stok’ < pgm. *puka-.
Mogelijk gaat het echter om een woord uit een substraattaal met onverschoven p-. Dan kan het verwant zijn met Grieks *peũkos ‘punt, stekel’ in de samenstelling peripeukés ‘met een punt’ (IEW 828).
pook zn. ‘haardijzer; versnellingshendel in auto’. Vnnl. poke ‘dolk, steekijzer’ [1599; Kil.]; nnl. pook ‘werktuig om kolen te roeren’ [1799-1811; WNT], pookje ‘versnellingshendel’ [1974; Koenen]. Wrsch. een afleiding van poken.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

poken* [porren] {1450 in de betekenis ‘steken, prikken, stoten, duwen’} middelnederduits boken, buken, puggen, middelhoogduits bochen, puchen, hoogduits pochen (waarvan de betekenis pralen secundair is). Behoort bij middelnederlands boken, nederlands beuken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

poken ww., mnl. pōken ‘picare’ (Haarlem’, inde 16de eeuw ‘steken, duwen’), mnd. pōken ‘met een mes steken’, (ne. poke komt eerst in de 14de eeuw voor en kan dus ontleend zijn, vgl. Bense 295). Daarnaast staat nnl. nhd. pochen. — Zie verder: beuken en pook 1.

De vorm van het woord ziet er weinig germaans uit, misschien behoort het tot de groep van woorden, die na de klankverschuiving uit een idg. substraattaal ontleend zijn (zie ook: pok). Dan kan men wijzen op gr. *peūkos ‘punt, stekel’ in de samenstelling peripeukés ‘met een punt’ (IEW 828).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

poken ww., mnl. (Haarlemmer glossaar) pōken “picare”, in de 16. eeuw “steken, duwen”. = mnd. pōken “met een mes steken”, eng. to poke “stooten, steken”. Hetzelfde woord in Teuth. hoigh poicken “bluffen”; voor de bet. vgl. pochen. Hierbij nnl. pook znw., met een bet.-ontwikkehng, parallel met de bet.-specialiseering van poken, = Kil. poke “dolk, mes” (“Fris. Sicamb. Holl. Fland.”). Vgl. Zaansch pook o. “steekijzer (om broeien van hooi te voorkomen)”, mnd. pôk m. “dolk”, noorw. dial. pok, pauk “derber Knittel”. Verwant kan zijn ier. bûalaim “ik sla”. Ook kan de germ. woordfamilie jong en onomatop. zijn: vgl. beuken en lett. báuksch “plof, bons!”, waarvan báukschêt “dreunen, slaan, kloppen”. Vgl. porren.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

poken ‘porren’ -> Engels poke ‘porren; geslachtsgemeenschap hebben (slang); slaan’; Frans poquer ‘de bal zo werpen dat hij niet doorrolt (bij het jeu de boulespel); de bal in het gat werpen’; Bretons pokiñ ‘porren, prikken’ ; Bretons feuk ‘stoot’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

poken* porren 1450 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut