Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

poepen - (neuken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

poepen 2 ww. (BN) ‘geslachtsgemeenschap hebben’
Vnnl. poppen ‘koesteren, strelen’ in Hij ... popte met de sinnen [1620; iWNT poppen II], ‘geslachtsgemeenschap hebben’ in daer Paris met de Nimph Oenone heeft ghepopt [1620; iWNT poppen II], Dat hij met de voornoemde Dieuwertje “gepopt ofte geboeleert heeft” ‘... geneukt of overspel gepleegd heeft’ [1654; iWNT poppen II]; nnl. poepen ‘geslachtsgemeenschap hebben’ [1921; iWNT].
Het woord gaat terug op poppen ‘met poppen spelen, spelen’ als afleiding van → pop 1. Daaruit ontwikkelden zich de betekenissen ‘koesteren, strelen’ en ‘het minnespel spelen, vrijen, neuken’. De overgang tot poepen is wrsch. het gevolg van volksetymologische associatie met → poep 1 ‘achterste’.
Ook → spelen heeft deze betekenis gehad, bijv. in mnl. dat sijn wijf met andren spele ‘dat zijn vrouw overspel zou plegen’ [1287; VMNW].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

poepen2 [neuken] {poppen 1632, poepen 1901-1925} nevenvorm van poppen [met poppen spelen, spelen, het minnespel bedrijven].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

póppe (ww.) de liefde bedrijven; Nuinederlands poppen <1620> < Rienlands poppen.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

poepen, poppen, ww.: neuken, coïre, vrijen. Ook Vl. en Br. poepen. Vnnl. 1620 poppen ‘koesteren, strelen’, ‘geslachtsgemeenschap hebben’ (WNT). Door associatie met poep < poppen ‘met poppen spelen, koesteren, strelen, het minnespel bedrijven, vrijen, neuken’. Vgl. Mnl. poppe ‘lichtekooi’. NN poepen < poep betekent evenwel ‘zijn gevoeg doen’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

poepen, poppen, ww.: neuken, coïre, vrijen. Ook Vl. poepen. Vnnl. 1620 poppen ‘koesteren, strelen’, ‘geslachtsgemeenschap hebben’ (WNT). Door associatie met poep < poppen ‘met poppen spelen, koesteren, strelen, het minnespel bedrijven, vrijen, neuken’. Vgl. Mnl. poppe ‘lichtekooi’. NN poepen < poep betekent evenwel ‘zijn gevoeg doen’.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

poepen ww.: neuken, coïre, vrijen. Wsch. door associatie met poep < poppen ‘met poppen spelen, koesteren, strelen, het minnespel bedrijven, vrijen, neuken’. Vgl. Mnl. poppe ‘lichtekooi’. Deze Belgisch-Ndl. betekenis komt alleen voor in ZV, want in Nederland betekent. poepen < poep ‘zijn gevoeg doen’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

poepen (Al, B, E, G, L, R, ZO), ww.: neuken, coïre, vrijen. Wsch. door associatie met poep < poppen 'met poppen spelen, koesteren, strelen, het minnespel bedrijven, vrijen, neuken'. Vgl. Mnl. poppe 'lichtekooi'. Ndl. poepen < poep betekent evenwel 'zijn gevoeg doen'.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

poepen, ww.: neuken, coïre, vrijen. Wsch. door associatie met poepe < poppen ‘met poppen spelen, koesteren, strelen, het minnespel bedrijven, vrijen, neuken’. Vgl. ook Mnl. poppe ‘lichtekooi’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal