Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

poef - (zitkussen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

poef 1 zn. ‘zitkussen’
Nnl. eerst de Franse spelling pouf in met de voeten ... op een pouf [1859; WNT kniedicht], ook wel de pseudo-Franse spelling pouffe in viel met een zucht op een pouffe neder [1889; WNT], dan poef [1921; Koenen].
Ontleend aan Frans pouf ‘zitkussen’ [1859; TLF], eerder al ‘bolle muts’ [1775; TLF], later ook ‘deel van een kledingstuk dat opbolt’ [1872; TLF], hetzelfde woord als klanknabootsend pouf, zie → poef 2, gebruikt voor iets wat dik, bol, opgeblazen is. Zie ook → paf 1.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

poef [pofmouw, opgevuld kussen] {1886} < frans pouf [klanknabootsing van iets dat valt, dan overdrachtelijk damesmuts, pofmouw, taboeretje].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

poef 2 znw. m., verouderd woord voor ‘een bolvormige versiering van een japonmouw; met stof overtrokken bankje’, een late ontlening < fra. pouf oorspr. ‘soort dameskapsel’, later ook ‘soort zitbank’, duidt op iets ronds en bols en eig. poef 1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

poef II znw. Laat-nnl. uit fr. pouf “een ronde kanapee”, vroeger “een soort dameskapsel”, onomatop. en identisch met het tusschenw. pouf; zie poef I.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pifpafpoef tuss., redupl. met abl. van paf.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

poef (Frans pouf)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

poef ‘zitkussen’ -> Indonesisch puf ‘zitkussen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

poef zitkussen 1889 [WNT poef IV] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut